Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een afscheidsrede en moet dus geleefd hebben, anders had hij ze niet kunnen houden." Voornamelijk oudere knapen beroepen zich op deze logica.

Een tweede proefvraag van eenigszins anderen aard, maar die hetzelfde doel had werd aan 1546 schoolkinderen uit Massachusetts van 8- tot 16-jarigen leeftijd voorgelegd. Er werd van de kinderen verlangd het een of ander voorval te noemen, dat voor hunne geboorte had plaats gevonden en dat zij als waar aannamen en op te geven, waardoor ze wisten dat het waar was.

Het hooren zeggen stond bovenaan op de lijst der opgegeven redenen met meer dan 33V3°/o. Op den leeftijd van 8 jaar beriepen zich 52 °/0 der jongens en 68 °/0 der meisjes op hoorenzeggen, op 12-jarigen leeftijd 28 °/0 van beide geslachten en met 16 jaar 5°/0 der jongens en 7 °/0 der meisjes. Evenals bij de eerste vraag werden het verhaal uit de kinderkamer en de moeder meest als bron van hun geloof aan het voorval aangehaald en het geloof in de verklaringen van ouders en naaste verwanten is een der karakteristieke kenteekenen van de eerste jaren der jeugd. De kinderen vonden het dikwijls moeilijk dit geloof in passenden vorm uit te drukken.

Algemeene lectuur wordt niet zoo dikwijls aangehaald als bij de andere vraag, slechts bij 10 °/0 der kinderen. Het meest genoemde boek is de Bijbel en de realistische wedergave van sommige welbekende gebeurtenissen uit de Heilige Schrift wordt geïllustreerd door de volgende regelen van een elfjarigen knaap: „Er was eens een groote overstrooming en er was een man met een groot vlot en hij was op een hoogen heuvel en had eenige duiven en kraaien. En hij zond een duif uit en de duif kwam terug met iets in haar bek. En toen zond hij een

Sluiten