Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer dan ooit herinneren, dat zij van gindsche verre kust naar deze landen overstaken — heeft het Chineesche vraagstuk in onzen Oost al van huis-uit een geheel andere beteekenis dan dat, in de wereldpers herhaaldelijk ter sprake gebracht. Geldt het daar het Chineesche koelie-vraagstuk, de kwestie der immigratie en beweegt het zich op internationaal gebied — bij ons wordt het geheel beheerscht door binnenlandsche politiek, d. i. de inwendige politiek voor onzen Oost door de Regeering het beste geacht. Is daar de vraag aan de orde, hoe het eigen land of de eigen bezittingen tegen een vloedgolf van gevaarlijke concurrenten op de arbeidsbeurs te beschermen — hier wordt een beroep gedaan op het geweten van het eigen gezag, met de vraag „geeft gij mij wat mij als medelid uwer gemeenschap toekomt en wat mij uit kracht uwer eigen beginselen niet langer zou kunnen worden onthouden?" —

Eene uiteenzetting van wat onze Chineesche medeburgers in Indië op het hart hebben, scheen hierom vooral eene dankbare en aangename taak, omdat hier niet alleen eene overtuiging aan het woord is, die zich met deze wenschen en bezwaren zeer goed vereenigen kan, maar vooral, omdat hier inderdaad een nationaal belang op het spel staat. Niet het Chineesche, maar het Nederlandsclie.

De Chineesche volkplanting, nog vóór onze komst in Indië, aan Java's Noordkust gevestigd, is mèt ons gezag over deze landen opgegroeid en ondanks ons, uit eigen levenskracht en levenstaaiheid, tot het halfmillioen nuttige en rustige ingezetenen aangegroeid, die ten huidigen dage ons gezag erkennen en een voornaam element uitmaken in de massa, wier wel en wee nog altijd voor een voornaam deel van onzen wil en onze rechtschapenheid afhankelijk is. Dit element, deze eigenaardige groep van zelfbewuste en ijverige menschen, voor het meerendeel in staat hun weg door het leven zelfstandig te gaan en daarbij de gemeenschap te dienen, vraagt gelijkstelling coor de wet met Europeanen, zoo niet op eens, dan toch gelijdelijk en binnen een afzienbaar tijdsverloop. Kunnen wij dit, op den man-af gevraagd, weigeren? In de volgende bladzijden hopen wij dit beroep te ondersteunen door argumenten aan onze persoonlijke ervaring en indri' ken ontleend. Om ook den algerneenen lezer voor deze zaak te interesseeren en een zoo nationaal

Sluiten