Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nieuw-komers met een glimlach van burgerlijke >ooi naamheid op te nemen. Want ons air intimideert hen niet en het overtuigt ons zeiven niet. Bovendien treedt bij alles de oeconomische quaestie naar

voren. Onze nationale hulpbronnen — in Europa

staan in belangrijkheid, in rijkdom, ver bij die deianderen ten achter. Wij moeten bijpassen als wij willen meedoen. Ten slotte moeten wij het ons zelf wel bekennen, dat wij ons tot de toongevende natiën verhouden als een gewone winkelzaak, degelijk en met overleg gedreven, maar om verschillende redenen niet voor uitbreiding vatbaar — tot een dier reuzenondernemingen die alleen in een metropolis als Parijs, Londen of Berlijn kunnen bestaan, omdat zij gaandeweg het gebied der kleineren aan zich trekken, precies als in de politiek.

Een ander en beter middel om aan den suggereerenden invloed dezer pijnlijke overwegingen te ontsnappen en ons zelfvertrouwen te herwinnen is het ernstig arbeiden aan eigen ontwikkeling. Maar aan schoolsche opleiding ontbreekt het ons allerminst, die zooveel later in den kring der mededingers treden dan Engelschen en Amerikanen, wier energie en geschiktheid voor den strijd om het bestaan, er niet minder om schijnt, al zitten zij zooveel korter op de schoolbanken dan wij.

Aan werklust en werkkracht op eigen terrein ontbreekt het ons, Hollanders, ook niet, maar deze twee zijn niet toereikend onder de gegeven omstandigheden. Want— wij moeten de wereld in, of we willen of niet! Met een boekje in een hoekje te gaan zitten —

Sluiten