Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit, die de Godheid dwingen, der natie ter wille te zijn.

Bij zijn tocht naar het Oosten verdrijft het Chineesche volk „in wording" barbaarsche horden of onderwerpt ze en maakt hen tot slaven. Als het trekken een eind heeft genomen, komen akkerbouw en veeteelt in de behoeften voorzien, maar nog bestaat geen grondeigendom, die eerst veel later zal worden ingesteld.

Voor iedere handeling, hetzij van den Keizer, hetzij van den onder-Vorst, hetzij van den familievader, wordt het oordeel der godheid ingewonnen of handelt men naar de heilige overleveringen, die tot in de kleinste kleinigheden van het openbaar en het bijzonder leven afdalen. In dezen staat, zooals wij ons dien nu als reeds gevestigd denken, waarin woningen en tempels, dorpen en steden (alles volgens vaste voorschriften) zijn gebouwd en aangelegd, heeft het aristocratisch beginsel de overhand. Alleen met de „ta-fou" en de „c/iew", de beide hoogste klassen, die het Chineesche patriciaat vormen, houdt zich het boek der riten, de I-li, bezig. Het volk daarbeneden was onbevoegd, den eeredienst der voorouders te celebreeren; het bepaalde zich tot offeren aan de huisgoden, die den toegang der woning en den haard beheerschten. Zijne hoofden verrichtten voor hem den priesterdienst. Eerst langzamerhand zou elke familie haar eigen eeredienst der voorouders vieren, de zeer rijken in eigen tempels, de minder bevoorrechten in de eigen woning, de lager gestelden in de tempels voor het algemeen bestemd. Waar bij de Grieken en de Romeinen de familie de kern is geweest, waaruit gaandeweg de staat werd opgebouwd.

Sluiten