Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarom door den reiziger Pater Gandar „1'effroyable voyageur" gedoopt. Hier waren zij omtrent 2700 vóór Christus gevestigd. Reeds komen ons uit dezen „nacht der tijden" bijzonderheden omtrent levenswijze en staat van beschaving ter oore, die overeenkomst vertoonen met de Chineesche gebruiken van dezen dag. De ontwikkelde klassen beschikten toen reeds over eene belangrijke astronomische kennis.

Van de Keizers, die toen regeerden, noemen wij als de eerste Hoang-Ti („Keizer"), die de kalender invoerde (2637 vóór Christus). Hij is bij alle Chineezen bekend. Hij leeft in de herinnering van het volk voort als een bezadigd heerscher, die bij de oorlogen, die hij te voeren had, de aanvoerders trof, maar het volk spaarde. Hij deed wegen aanleggen en schepen bouwen (als een andere Peter de Groote!) en stelde maten en gewichten in, naar het tientallig stelsel, die nog tot op dezen dag in China in gebruik zijn. Zijn zoon zou de ambtenaarswereld hebben ingesteld, met hunne onderscheidingsteekenen. Zijn achter-ldeinzoon, Yao, heeft een nog grooter naam aan het nageslacht nagelaten. Hij schijnt een hooge opvatting van zijn taak als heerscher te hebben gekoesterd. Getuige zijne woorden: „als mijn volk het koud heeft, is het mijn schuld. Evenzeer, als het honger heeft. Begaat het misdaden, dan ben ik er aansprakelijk voor". Geen wonder, dat het volk die woorden niet vergat en de herinnering bewaarde aan zulk een Keizer, levende in een tijd, toen nog overal elders alleen geweld en tyrannie de betrekking tusschen heerscher en volk kenmerkten.

Uit de dagen dezer Keizers zou ook de spreuk

Sluiten