Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

A.cht en twintig keizers uit deze dynastie brengen ons tot het jaar 1109 v. Ch. toen de dynastie der Tcheou's den troon besteeg *). De schrijfkunst was toen reeds bekend. Men bediende zich hierbij van bamboe-tafeltjes en schrijfstiften om er de karakters mee in te griffen. Het hof-ceremonieel was reeds uitvoerig geregeld en heeft zoo, op enkele uitzonderingen na, tot op onzen tijd voortbestaan. Kopergeld kwam in gebruik. Muziek, zang en schilderkunst vonden reeds beoefening. Het voedsel bestond grootendeels uit rijst, eenige groenten, varkensvleesch en visch — de rijst diende ook tot de bereiding van een geestkrachtigen drank. Ook waren zijden kleeren reeds bekend — alles zaken, die nog ten huidigen dage bij de voeding en bij de kleeding van den Chinees een overwegende rol spelen.

Omstreeks het jaar 1000 v. Ch. zou de Keizer Mou-Ouang een reis door Mongolië hebben gemaakt en ook Perzië en Syrië hebben bezocht, waar Semiramis hem zou hebben ontvangen. Dit is voor de eerste maal, dat in de Chineesche overlevering van het Westen melding wordt gemaakt. De opvolger van dezen voor-historischen „Reise-Kaiser" had als minister zijn oom Tcheou-Koung, van wien de volgende raadgeving aan zijn zoon, benoemd tot een onderkoningschap, tot ons gekomen is: „Ga, mijn zoon, de volken regeeren, die de Keizer u heeft toevertrouwd; laat

•) Onder hen worden Taivoü genoemd, onder wiens regeering de inval in Indië van Sesostris zou hebben plaats gehad en Padkeng, die zijn hoofdstad vestigde dicht bij het tegenwoordig Peking. Hij heeft voorschriften omtrent bestuur nagelaten, die nog heden ten dage de bewondering der geletterden wekken.

Sluiten