Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het rijk tot Tibet en Nepal voort. Hij deed den Panshen Lama van Tibet naar Jehol komen en richtte er de tempels op, die er sedert den roem van uitmaken. Maar ook hij muntte niet uitsluitend als staatsman en veldheer uit — zijn vrijen tijd wijdde hij aan de dichtkunst. Meer dan dert:gduizend verzen van zijne hand vormen met die van den Mandchou Lanlu-chow het voornaamste deel van de Mandchou'sche litteratuur. Laatstgenoemde, een magistraat, is voornamelijk bekend om zijn kritiek op het Boudhisme, waarvan hy de gedegenereerde priesters en nonnen met onverbiddelijke gestrengheid geeselt. De verzen van Keizer Kien-loung werden voor een deel in het Fransch vertaald en trokken de aandacht van niemand minder dan Voltaire, die in een kwartijn den keizerlijken dichter heeft herdacht.

Onder Kieng-wung, die in 1796 afstand deed van de regeering ten behoeve van zijn zoon Kaiking, verscheen een ander gezantschap uit het Westen aan het Pekingsche Hof. Ditmaal een Engelsch, onder Lord Macartney. Van eene vaste vertegenwoordiging van dit rijk was echter nog geen sprake. Dit voorrecht bleef alleen aan Rusland, tot zij in het begin der negentiende eeuw ook aan dit rijk zou worden opgezegd, om eerst veel later te worden hersteld, tegelijk met de instelling van gezantschappen voor alle Westersche mogendheden, bij de zaken van het verre Oosten betrokken.

De dynastie dezer Mandchou'—Keizers houdt nog heden den troon van China bezet. Ongetwijfeld zijn de heerschers in den loop der vorige eeuw uit haar

Sluiten