Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geneigd voelen, maar vergeten wij niet, hoe algemeen menschelijk dit steun zoeken bij een uitspraak van buiten, die wij dan als de beslissing der goden opvatten, is. Wij zullen allen wel eens hebben gedaan aan „knoopen tellen" of aan het opgooien van een geldstuk om een schijn van geruststelling te koopen voor een of andere kwellende onzekerheid. Maar, — zal men zeggen — wij doen dat niet in de kerk en allerminst door tusschenkomst van een priester!

Zeker, maar de Chineesche tempel, vooral die der Bouddhisten en die der Taoisten staat in heiligheid ver ten achter bij onze kerken en hunne priesters zijn over 't algemeen weinig in tel, om geen erger term te gebruiken. De zaak is, dat deze godshuizen voor den Chinees minder het karakter van woning der hoogste godheid erlangen. Zij hebben voor hem — zoo al een heilig karakter, dan toch een van zeer ondergeschikt belang, eene houding waarin, zooals wij zagen, hun Keizer voorgaat. Alleen het bijgeloof, niet de diepe overtuiging eener ziel, die tot God opgaat, in het besef van diens almacht en goedheid en van eigen nietswaardigheid, drijft hem naar deze plaats. En de goden worden door hem als werktuigen beschouwd, gereed hem bij te staan, als hij ze slechts op de goede manier aanpakt. Goden dus, die niet vrij zijn, maar die zelf ook weer aan zekere regels en wetten moeten gehoorzamen. Die hem onder zekere omstandigheden zijn zin moeten geven!

Hoofdelement in den godsdienst der Chineezen was en is de vereering der voorouders, wier levens, als het hunne, uit het Hoogste, onzichtbare Wezen zijn voort-

Sluiten