Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alleen de mannelijke descendanten kunnen voor den overleden familievader de ritualiën verrichten. De oudste zoon, het nieuwe familiehoofd — eene functie, die hij zich echter wel zal wachten onmiddellijk op te vatten omdat dit den afgestorvene zou doen gelooven, dat zijn dood den ander bijzonder welkom was — neemt dadelijk na het overlijden de leiding op zich bij de godsdienstige en voor de begrafenis vereischte handelingen, die de wet ook hier minutieus voorschrijft. In het beroemde werk van prof. De Groot, met Chineeschen en Engelschen tekst, over de Chineesche doodenvereering, vindt men eene uitvoerige en levendige beschrijving naar de heilige boeken der Chineezen bewerkt, van al wat aan de begrafenis moet voorafgaan, wat er toe wordt vereischt en wat er op volgt, zal de zoo bij uitstek uitvoerige wet der Chineezen op dit punt naar den eisch worden nageleefd.

De uitgaven voor de begrafenis gaan — het zal na het hierboven uiteengezette niemand verwonderen — in noodwendigheid boven alles, zoodat ook de armere Chineezen zich eerder alles behooren te ontzeggen, dan den doode te kort te doen. Omgekeerd zien oude familievaders er geen bezwaar in bij uiterste wilsbeschikking voorschriften te geven omtrent hunne begrafenis, die deze kostbaarder maken. Het is dan ook niets ongewoons — en wordt in elk geval hoogst verdienstelijk geacht — als een Chinees zijn laatste stukje grond of zijn huis verkoopt, om aan de begrafenis van zijn vader den noodigen luister bij te zetten. Het laat zich denken, hoezeer deze overdreven vrijgevigheid het nationaal vermogen fnuikt. Voegt

Sluiten