Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

standigheid des Keizers veelal slechts in naam bestaat. In het reuzenrijk wordt echter — het spreekt vanzelf — de invloed van Peking minder gevoeld, naarmate men zich verder van het centrum verwijderd en uit het bereik bevindt. Er zijn streken, waar de Onderkoningen een zeer arbitrairen macht uitoefenen, wat geenszins met de Chineesche opvatting in strijd is, die wil dat geene tijding goede tijding is en men zich geen beter bestier kan denken dan dat, dat de Centrale Regeering zoo min mogelijk lastig valt. Als de Onderkoning maar zorgt, dat het voor Peking bestemde deel der inkomsten binnenkomt en de hoofdstad ook behoorlijk bereikt, laat men hem gaarne de hand vrij om in zijne provincie te doen wat hem goeddunkt. Herhaaldelijk is het in de geschiedenis gebleken — o. a. in den z. g. Opium-oorlog en nog zeer kort geleden bij een bekend conflict met Japan — hoe de Onderkoningen, zelfs tegenover het buitenland [dat elders in eiken geordenden staat van onzen tijd tot het prerogatief der Centrale Regeering zal worden gerekend] zelfstandig optreden niet alleen, maar dat zij de Pekingsche autoriteiten buiten de zaak hielden of zelfs hare bevelen niet verkozen op te volgen.

De provinciën, ten getale van 18, met een oppervlak van ongeveer 1.400.000 vierkante mijlen en bijna vier honderd millioen bewoners, genieten dan ook een belangrijk zelfbestuur. Elke provincie — in een enkel geval zijn er twee samengevoegd — heeft een Onderkoning aan het hoofd, die, in geval van noodzakelijkheid, over dood en leven in zijn gewest beschikt. Dadelijk onder hem oefent de Gouverneur het eigenlijk

Sluiten