Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit te oefenen. De omgeving werkt op hen, stelt hun zekere eischen. De Indo kan zeer goed handenarbeid verrichten. Maar de meening — hoe verkeerd ook — dat dit minder heerachtig, minder netjes is dan een klerkenbaantje, doet hem dit laatste verkiezen. Dit noemen wij dwaas, bespottelijk zelfs — toch komt het uit een zeer menschelijke trek voort, die wij moeilijk zouden kunnen missen, al doet zijne openbaring in een gegeven situatie wel eens potsierlijk aan: de trek naar een liooger maatschappelijk standpunt. Bij Indo's — van gemengd-Chineesche dan wel gemengdEuropeesche afkomst — krijgt deze trek vaak een zeer eigenaardige uiting, omdat de zucht, op het niveau te blijven van den vader en daar niet beneden te zinken, nog eene bijzondere complicatie teweegbrengt. Zoo wordt ook door een pernakan-Chinees weieens waarde gehecht aan dingen, die hunnen rasgenooten in China onverschillig zouden zijn. Ook al hebben deze meer dan andere volken de neiging, om in alles den schijn te redden. Is het dan wonder, dat de pernakan-Chinees zich voor contract-koelie te goed acht? Want dat is hier inderdaad de zaak. Onze opvatting vindt steun in de meermalen opgedane ervaring, dat de Chineesche ingezetenen in N.-I. er ten sterkste op tegen hebben, dat hunne rasgenooten bij Europeanen of aanzienlijke inlanders als bedienden werkzaam zijn. Zij achten dit een blaam op hunne samenleving en hebben er vaak geld voor over om het onmogelijk te maken, dat een Chinees, b.v. als kok, bij een Europeaan in dienst treedt. Dit geldt voornamelijk voor Java, waar de bediendenstand

Sluiten