Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

* Parole et Itimüre sont deux mots identiques dans la primitive langue sacrée. Et ce n'est pas sans raison. La lumière est pour ainsi dire le verbe de la nature. Et la parole a son tour est la lumière de 1'esprit. L'univers écoute et répond. Un éternel dialogue se fait de la nature a 1'ime. Si 1'ime ne traduisait, n'illuminait ce que dit 1'autre, cette nature incomprise, obscure serait comme n'étant pas.

«La Lumière, parole (Horna) est le soutien de 1'existence. Incessament elle 1'évoque. Elle nomme un & un, tous les êtres, pour leur assurer la vie» i).

Doet dit niet denken aan den aanhef van die onvergelijkelijke verheerlijking van de taal in «De Dieren», dat beroemde brokstuk:

O vloeibre klanken, waar, met d'adem uitgegoten,

De ziel (als Goddlijk licht, in stralen afgeschoten),

Zich zelve in meedeelt! Meer dan licht of melodij;

Maar schepsel; van 't gevoel, in d'engste harmonij,

Die 't stofloos met het stof vereenigt en vermengelt,

Gij, band der wezens"

En is het toevallig, dat deze verheerlijking juist in de Paradijsbeschrijving staat, dat Bilderdijk onze taal verbasterd en ontaard noemt in vergelijking met de oorspronkelijke Paradijstaal, die «goddelijke gift»?

Jonge lieden meenen zich een pluim op den hoed te steken door het bombardeeren van Bilderdijk met hun dom-ruwe driestheid, want zij hebben geen flauw vermoeden, welk een breede boom deze dichter is, hoe wijd zijn wortels reiken, tot welke verre en heldere bronnen; zij aanschouwen niet de schoone takken die hij spreidt en onder welker verkwikkend lommer wij ons mogen nedervlijen en uitrusten op het mos.

Indien hij dekadenten heeft gehad, men zal hem toch niet naar die rekenen. Men heeft hem echter herhaaldelijk verweten (en gaat hier nog mee voort) een verstandsdichter te zijn, zijn gedichten zouden van het gevoel verstoken zijn; dit is volstrekt niet juist. Het is waar, hij bezat een licht ontroerde verbeelding, een verbazend scherp verstand, doch hij had voor het verstand even groote verachting, stelde de inspraak van het hart even ver daarboven, als dat andere genie in de wetenschap, de vrome Pascal; en zuiverder is daarom het oordeel van Kollewijn, waar hij zegt, dat B. een der weinigen is in zijn tijd, die voor het gevoel een altaar oprichtten. Voortdurend heeft hij de dichters erop gewezen, dat dichtkunst gevoel is en godsdienst:

I) La Bible de 1'Humanité.

Sluiten