Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't Gevoel wil doortocht, jal in lijden en genieten,

Het hart wordt overstelpt, de ziel moet uitgebreid,

En vraagt niet, wie ons hoort, en met ons juicht of schreit.

Bedwing het, dichter I ja niets heeft dien stroom te nopen,

Die in uw boezem welt. Hij barst zijn sluizen open.

Uw borst verwijdt zich, en uw iogewand wordt vuur,

Uw wezen breidt zich uit door d'omvang der Natuur.

Uw bloed stijgt kokend op, en klemt den stroeven gorgel,

En de adem neemt voor spraak, den toonklank aan van 't orgel.

Verbeelding vliegt in vlam, en spiegelt, beeld voor beeld,

De zielsbeweging af, die door uw aders speelt.

Nu zingt ge, en 't is muziek; 't zijn beelden, die als schimmen,

Door tooverkracht gedaagd, uit donkre nevels klimmen,

Maar blinkend, schittringvol, en door hun eigen licht.

Hier hebt ge de theorie, doch tevens de praktijk. Want de moeilijkheid, die de lezer wellicht heeft, om dit fragment te volgen, ontstaat juist hieruit, dat de zanger eigenlijk alleen zijne ontroeringen wedergeeft, zoodat we hem met het gevoel moeten volgen. Neem bijv. de vierde regel. Ware Bilderdijk die verstandsdichter, we zouden «Bedwing het, dichter!» moeten lezen als de gebiedende wijs: «dichter, bedwing uw gevoel.» Doch dit is juist het omgekeerde van Bilderdijk's leer. Bilderdijk bedoelt: «laat de ware dichter beproeven zijn gevoel te bedwingen, hij zou het toch niet kunnen,» of korter «Bedwing het, dichter, indien ge kunt!» ik zet het u, uw gevoel te bedwingen, immers uw gevoel is uw leven! Maar Bilderdijk wil daar niet zoo lange woorden voor gebruiken, hij doet zijn taal even snel gaan als de achtereenvolgende ontroeringen, die zich bij hem verdringen. Hij zegt daarom alleen: «Bedwing het, dichter!» en valt daarop juichende en verrukt in: «ja, niets heeft dien stroom te nopen», m. a. w.: en gij behoeft het ook niet, geef u gerust over aan de zaligheid van de uitstorting des gevoels. Bilderdijk vertrouwt erop, dat wie vatbaar is voor hetzelfde gevoel, zijn woorden zal kunnen volgen; neen, ook dat niet, hij vraagt er niet naar of de hoorder hem begrijpt, hij zingt, omdat hij moet, zijn zang is zielsbeweging.

Het hupplen van het rund in 't frissche klavergroen.

Beoogt niet, wien 't aanschouwt, genoegen aan te doen.

De pijn, de vreugde spreekt, en eischt zich uit te gieten.

Overlees nu eens het aangehaalde fragment en erken, dat de praktijk daar aan de theorie gepaard gaat. Ik zou dit voorbeeld met tal van andere kunnen vermenigvuldigen.

Een taalvirtuoos is Bilderdijk geweest, Perk zegt omtrent hem en een

Sluiten