Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij staat echter wat alleen. Bilderdijk's voorganger, de dichter Vondel, was eveneens een uitmuntend denker; het is te weinig bekend.

Bilderdijk is niet iemand, dien men spoedig in zijn volle waarde leert kennen, zelfs niet voor zijn dichtkunst, die enkele afdeeling zijner voortbrengselen. Men kan zijn werken, gelijk die van Vondel, zijn leven lang met vrucht bestudeeren.

Zelf geeft hij een onovertroffen beeld van den werkelijk grooten mensch. Door wien heb ik het vers hooren noemen en toch, wie moest dit vers niet kennen? Het moest een richtsnoer zijn voor ieder, die de ware grootheid wil leeren in dezen tijd van veel bluf en humbug. «Geloof niet licht aan groote mannen en aan wondermenschen», zegt Bilderdijk, «het zijn wereldgeesels en tirannen, die het menschdom aldus noemt»:

De ware Held, de ware Wijze,

Hoe meer hij in verdienste rijze,

Hoe minder hij in de oogen straalt.

Zal een de Ruyter niet aan dit ideaal beantwoorden, meer dan een Napoleon en zelfs een Nelson? Zijn slagveld was de golvende Oceaan. Hij streed niet uit eerzucht, doch in dienst der Republiek, en was evenwel monarch der zeeën. Tot zijn laatste ure bleef zijn genie gewijd aan de zaak der vrijheid, door de Zeven Provinciën voor Europa gewonnen, en met recht verdiende hij den eernaam van Redder des Vaderlands, terwijl Napoleon de bedwinger was en de dwingeland beide. Bonaparte's luister verblindde de wereldrijken, doch wat einde voor dezen held: als slaaf zijner vijanden! Op een klip in zee van Frankrijk verwijderd, overladen met den hoon der volken, die zich aan zijn juk ontworsteld hadden, welke groote schipbreuk! Van glans beroofd sterft hij op het moede bed, dat hem ontvangen wilde. En de Ruyter! Wen hij zijn vloot verliet, eenvoudig, rustig burger, geen wilde avonturen zoekend als Nelson, geen paleizen begeerend als Bonaparte, levend bij den Bijbel, zijn eenigen heul. Doch zijn kampanje beklimmend verslaat hij in dat hachelijke jaar Engeland en Frankrijk tezamen. Zijn laatste slag was geen Waterloo, doch een schitterende overwinning; met den stralenkrans om zijn slapen geeft hij den geest, en het zegevierend gebulder zijner kanonnen stemt zijn grootschen doodzang aan; zoo sneuvelde die het bed van eer niet had gezocht. Zijn heldenhart vindt een tombe in een rots in zee, dicht bij de plaats van zijn laatsten triomf. Zijn geliefd Amsterdam ontvangt zijn stoffelijk overschot en bereidt het een heerlijke rustplaats. De Ruyter, gij zijt voor ons het hoogdenkbeeld van den waren held, den waren wijze!

Vervolgen wij de lezing van ons gedicht. Het Nachtspook, zegt Bilder-

4

Sluiten