Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

observatietoren zijn geweest, waarop hij stond. < Ik heb, schrijft hij, mijn geest gemeubeld met de moderne weelde van liefden, bewonderingen, en achtingen voor vreemde schrijvers. Het verhemelte mijner waardeering is verwend door franschen wijn en zij loopt met haar beenen in een engelschen broek.» Toch niet die van Shakespeare, want Shakespeare vertrappelde hij met Goethe, voor Le Rêve van Zola. Van Deyssel vermocht sommige dichtschoonheden te genieten, (te roemen valt b.v. later zijn waardeering van Boutens) doch geheele werelden bleven voor hem gesloten. Hij zegt nog nader: <Ik denk aan Holland en aan zijn kunst, die ik wil helpen maken. De weg is breed, er ligt veel zonneschijn op, maar hoe ik ook ga, ik moet over de vuilnis heen, die ik voor mij zie. Ik kan haar niet ontwijken, zooals ik eerst had gedacht. Want als ik spreek en roep van dat ook wij Hollanders een literatuur moeten trachten te krijgen, dan grauwt aan alle kanten het antwoord: « Een literatuur ? maar wij hebben er een! een oude en een negentiende-eeuwsche, van beide schrijft men de geschiedenis, ter eere van beide houdt men feesten, onze boekenkasten staan vol met de werken, die beide vertegenwoordigen.» Ziet daar juist onze schande en onze ellende » en nog: < Ik heb het heele oude Holland uit mijn gedachte gegooid. Zeg onoordeelkundig, zeg eenzijdig, zeg wat gij wilt, ik doe nu eenmaal zoo. Als ik er om denk kunst te gaan zitten schrijven, dan blaas ik eerst de literatuur van het vorige geslacht van tafel. Want wij zijn niet de voortzetting van, wij zijn de reaktie tegen het werk onzer literaire vaders. Vondel, Hooft, en enkele anderen uit dien tijd kunnen ons nog eenige technische hulp geven, voor het woorden-gebruik en de woorden-samenstelling (!) 5 maar bij de onmiddellijke voorgangers is er niet éen, bij wien men voor zijn literaire kunst te rade zou kunnen gaan.»

Deze kritieken spreken niet positief, doch negatief genoeg over Bilderdijk. En nu helpt het toch niet, dat Van Deyssel later zelfs, niet Vondel aan Rubens, maar Rubens aan Vondel toetste, zulke toegejuichte oordeelvellingen bewijzen èn de volkomen onbetrouwbaarheid van Van Deyssel's kritiek èn die van zijn aanhangers.

Ofschoon door hen waarschijnlijk onbevoegd geacht, verwerp ik op grond van deze feiten alle gezag van de admiralen en generalen der Nederlandsche kritiek. Deed men dit niet, dan zou men ook het hoofd moeten buigen voor een Italiaan, die spotlacht over de sonnetten van Petrarca en de Goddelijke Komedie van Dante; een Engelschman, die Shakespeare en Milton rangschikt onder het vuilnis zijner literatuur; een Duitscher, die zijn landgenooten toeroept, verlustigt u toch niet in de koekebakkerskunst van Goethe en Schiller, Novalis was een ezel der

Sluiten