Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor het oog. Goethe heeft gezegd: Zijt gij dichters, zoo commandeert de poezte, en daarmede heeft hij waarlijk niet aan de poëtasters vol verlof gegeven tot verzen///a&«. maar de hoogste uitdrukking gezocht voor de zelfstandigheid van het genie, dat zelfs tegenover zijn bezieling zijn vrijheid handhaaft. In dien zin moet men ook het woord van Baudelaire opvatten, als hij zich een rhetor noemt; hij wil de kern zijner individualiteit onder alle vormen, waarin ze zich vertoont, als iets afzonderlijks bewaren, dat de eigenlijke heer is en blijft.»

Brengen we deze beschouwing over op Bilderdijk, dan zien we het beeld van dezen dichter scherper en verklaren we ons ook gemakkelijk zijn zucht om de schatten van verschillende volken te plunderen, m. a. w. zijn vertalingen. We denken tevens aan Da Costa's woord, dat Bilderdijk's Poëzie een soort diepere krijgskunst is. Bilderdijk is inderdaad een paus geweest en een strateeg, hoewel niet zoo schitterend strateeg als Dan te, die al zijn krachten op voorbeeldeloos energieke wijze wist te verzamelen, samen te dringen en te benutten, en geen versregel te veel schreef. Diens Goddelijke Komedie is, wat dichterlijke strategie betreft, onovertroffen. Maar Bilderdijk, dit moeten we in aanmerking nemen, gevoelde zich bij uitstek lyrisch dichter, lyriek was naar zijn gevoelen de hoogste uiting der poëzie en van menschelijk kunnen en pogen. En daarom wenschte ook hij «de kern zijner individualiteit onder alle vormen, waarin ze zich vertoont, als iets afzonderlijks te bewaren, dat de eigenlijke heer is en blijft.» Hij moge bewonderend een Napoleon bezingen, hij schroomt niet zich diens gelijke te noemen: «Wees, dichter, wees hetgeen gij zingt.»

Met het woord «rhetor» moeten wij oppassen; «rhetor» heeft bij ons een zeer ongunstige beteekenis, en niet alleen in den huidigen tijd, het is Bilderdijk zelf, die voor het eerst rederijkers- en aanverwante poëzie met het schimpwoord «rhetoriek» bestempelde, doch naderhand hiervan den terugslag moest ondervinden, daar de modernen Bilderdijk's eigen poezie met dit woord uit de gunst van publiek en kritiek trachtten te dringen. Bij Baudelaire is het woord «rhetor» waarschijnlijk wel veilig: niemand zal meenen, dat deze werelderkende dichter de loftrompet stak voor «rhetorijk ».

Sluiten