Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X.

Bilderdjjk's huldiging.

In 1906 is Bilderdijk waardig herdacht. Het was noodig, want hij was langzamerhand voor het publiek een geheel onbekende geworden. Wij hebben in de vorige bladzijden iets van het strijdrumoer gehoord, waartoe deze herdenking de aanleiding werd. Afzonderlijk daarvan heb ik gehouden eenige boeken en studies, die, boven dezen strijd, een hulde brachten aan den dichter, en waarin gereedelijk erkend werd, dat de dichter zijn fouten had, doch tevens getracht werd zijn werkelijke verdiensten in het licht te stellen.

Indien een bloemlezing ook als een soort kritiek beschouwd wordt, moet ik mijzelf vooraan in de rij dier boeken plaatsen. Mijn bloemlezing omvat slechts een honderdtal gedichten of fragmenten. Ondanks deze beknoptheid was echter een groot deel dier verzen onbekend, althans nimmer door eenig criticus behandeld of om zijn schoonheid geprezen, zoodat ik vrij ver van de vroegere Bilderdijkstudie afweek. Ik noem onder deze verzen dan: Alkaïsche Lierzang op de deugd, Romeo en Julia, De Wareld, De Zonnebloem, Een rots in bruisende zee, Leven, Angst, Den XXV April, De Intocht der Franschen, Op 't Schip Het Rendier, De Dood, Grootheid, Herinnering, Het genieten, Krijgslied, Oranje, De Pelgrim, Genot, Poëzij, Aan den heer van Hall, Aan mijne kinderen, Op de herbloeiende beoefening der Oostersche Talen, De schoonste Lusthof, Blindheid, Slangen, Beurtrei, Uitboezeming, Ware schranderheid, De Hollandsche Visscher in Noorwegen 1), Stilte, Poeëten-overstrooming, Nietigheid, Droomen, Eens Grijzaarts Lentezang, Zielskalmte, Aan den Nachtegaal, Zielzucht, Licht en Schaduw, 's Levens Doel, Het aardsche Leven, De Morgen. Deze allen behooren tot de schoonste uitingen van Bilderdijk's dichtkunst. Alleen de kritiek in De Kroniek uitgezonderd, welke de lezer reeds leerde kennen, werd de keuze der gedichten door alle kritieken eenparig en met veel vreugde geprezen. Hieruit bleek mij, dat ik met mijn smaak niet alleen stond, en het bewijst mijns inziens tevens de groote oppervlakkigheid, luie laksheid of bange onvrijheid der kritiek onzer dagen, die nooit de minste krachten inspande om Bilderdijk's poëzie te bestudeeren en beter te leeren kennen. Krijgslied en Oranje werden sindsdien door den heer Röntgen voortreffelijk getoonzet en ingelijfd door Coers' liederkoor. Verscheiden andere dezer verzen werden daarop ook

1) Op dit vers maakte Dr. K. H. E. de Jong mij opmerkzaam.

13

Sluiten