Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

einde van het oogenblik. waarop, hetzij door eene der Partyen in geschil, hetzij door den bemiddelaar zelf uitgemaakt is, dat de door hem voorgestelde middelen van verzoening met worden

aangenomen. . .. ,

Art. 6. De goede diensten en de bemiddeling, hetzij door de Partijen in geschil ingeroepen, hetzij door de buiten het geschil staande Mogendheden aangeboden, gelden uitsluitend als raadgeving en hebben nooit bindende kracht.

Art. 7. De aanneming der bemiddeling brengt, behoudens tegenovergestelde overeenkomst, niet mede, dat de mobilisatie of andere maatregelen tot voorbereiding van den oorlog worden gestaakt, vertraagd of belemmerd.

Zoo zij plaats heeft na de opening der vijandelijkheden, onderbreekt zij, behoudens tegenovergesteld beding, de m gang zijnde militaire operatiën niet. _

Art. 8. De ondergeteekende Mogendheden zijn overeengekomen om aan te bevelen de toepassing, in de omstandigheden die zulks gedoogen. van eene bijzondere bemiddeling in den volgenden vorm. . , , .. . .

In geval van ernstig, den Vrede bedreigend geschil kiezen de Staten in geschil ieder eene Mogendheid, aan welke zij de opdracht toevertrouwen, om zich rechtstreeks in verbinding te stellen met de anderzijds gekozene Mogendheid, ten einde het afbreken der vreedzame betrekkingen te voorkomen.

Zoolang de opdracht duurt, hetgeen, behoudens tegenovergesteld beding, dertig dagen niet te boven kan gaan, staken de Partijen in geschil elke rechtstreeksche betrekking ter zake van het geschil, dat beschouwd wordt uitsluitend aan de bemiddelende Mogendheden te zijn opgedragen. Deze behooren alle pogingen aan te wenden, om het geschil

lt hf geval" van feitelijke verbreking der vreedzame betrekkingen blijven deze Mogendheden belast met de gemeenschappelijke opdracht om van iedere gelegenheid gebruik te maken, ten einde den vrede te herstellen.

Titel III. Van internationale Commisstèn van enquête.

Art. 9. In internationale geschillen, waarbij noch de eer, noch essentieele belangen betrokken zijn. en die voortspruiten uit een verschil van meening omtrent feitelijke punten, achten de ondergeteekende Mogendheden het nuttig, dat lai tijen, die langs diplomatieken weg niet tot overeenstemming konden geraken, voor zoover de omstandigheden het zuilen toelaten, eene Internationale Commissie van Enquête instellen met opdracht de oplossing dezer geschillen te vergemakkelijken door, na een onpartijdig en nauwgezet onderzoek, de leitelijke kw es-

tién op te helderen. ,

Art. 10 De internationale Commissiën van enquete worden

Sluiten