Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er bij, dat het vooral zal treffen, wanneer het de ware schuldigen kan bereiken.

ad c. Gewapenden staan niet individueel als persoonlijke vijanden tegenover elkander, slechts als wederzijdsche dienaren van elkander vijandige Staten. Hij, die weerloos is houdt op, althans tijdelijk, den vijand te kunnen dienen en dus tevens vijand te zijn.

Een ongewapende, weerlooze neer te schieten of neer te steken, is een onmenschelijke daad, eene gruwelijke wreedheid, een lafhartige moord.

ad d. Op dezelfde lijn als het geen kwartier verleenen aan strijders in het open veld, staat het over de kling jagen eener bezetting. Als die zich op genade of ongenade overgeeft, moet zij krijgsgevangen worden gemaakt.

Den 31sten Augustus 1813 gaf de bezetting van Pampeluna zich op genade of ongenade over. Zij werd krijgsgevangen gehouden.

De bezetting van eene vesting of van een fort mag dus niet worden bedreigd dat zij, bij voortgezette verdediging, over de kling zal worden gejaagd, of wel dat de commandant zal worden gedood.

Het was vroeger krijgsgebruik genade te weigeren aan eene bezetting, die zich naar het gevoelen van den belegeraar te lang verdedigde. Zij verloor het recht op genade — zoo redeneerde men — omdat zij, met meer moed dan oordeel, stijfhoofdig. eene zwakke sterkte verdedigde tegen een machtig leger en dus, zonder de aangeboden redelijke voorwaarden te willen aannemen, het waagde de plannen te dwarsboomen van eene Mogendheid, waaraan zij toch onmachtig was weerstand te blijven bieden. Caesar weigerde genade, wanneer de stormrammen de muren hadden gebeukt. Al va berispte Pr os per Colonna, omdat deze genade betoond had aan de bezetting van een kasteel, dat slechts tot overgaaf bereid was, nadat het geschutvuur er tegen was geopend

In 1805 eischte Napoleon de overgaaf van Ulrri en deed dien eisch gepaard gaan met de bedreiging, dat: „zoo hij de vesting stormenderhand nam, hij verplicht zou zijn te handelen als bij Jafta." (Daar was het garnizoen over de kling gejaagd.)

Zelfs in de laatste helft der 19de eeuw is het over de kling jagen eener bezetting als een oorlogsrecht verkondigd.

Volgens VTf iswet v. d. Netten — „Krijgsgebruiken", die echter verouderd zijn — heeft de bezetting van eene plaats, die stormenderhand wordt ingenomen, geen recht op pardon en kan de overwinnaar haar over de kling jagen.

Sc h u s te r, leeraar aan de Militaire Academie te Neustadt, nabij Weenen, gaf in 1842 als voorbeeld eener sommatie

1) Vatte 1, t. 2, p. 170.

Sluiten