Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bluntschli zegt omtrent spionneeren: „De doodstraf mag slechts als uiterste bestraffing in de gevaarlijkste gevallen worden toegepast. In zeer veel gevallen zon zij onevenredig hard zijn." Het eenige, dat ik nog anders zou wenschen, is, 'in stede van het woord „gevaarlijkste", te stellen „verraderlijke". Het verraad, niet het gevaar, moet het criterium uitmaken tot beoordeeling

Volgens art. 78 van het Nederlandsch Crimineel Wetboek wordt ieder, die in tijd van oorlog uit of in een legerkamp, belegerde stad, vesting ot eenige andere verschanste plaats, in de nabijheid van den vijand gelegen, mocht komen langs een anderen dan den gewonen weg, poorten, bruggen of barrières, voor spion gehouden en met den strop gestraft, tenzij uit de omstandigheden zijne onschuldige of minschuldige inzichten mochten blijken.

(Gevallen van den bierbrouwer Gok er te Metz, in 1870, van kapitein Uale en van majoor André, in den Amerikaanschen vrijheidsoorlog. Zie Oorlogsrecht, 2de uitg., blz. 302.)

Hoofdstuk III. Van de Parlementairen.

Art. 32.

Als parlementair wordt beschouwd de persoon, die door een der oorlogvoerenden is gemachtigd om met den anderen in onderhandeling te treden en die zich met de witte vlag vertoont. Hij heeft recht op onschendbaarheid evenals de trompetter, hoornblazer of tamboer, de vaandeldrager en de tolk, die hem mochten vergezellen.

Parlementairs zijn militaire gezanten. Zij verschillen van de politieke hoofdzakelijk hierin, dat zij niet gezonden zijn van Souverein tot Souverein, doch van het eene legerhoofd tot het andere, meesttijds slechts tot overbrenging van eene schriftelijke kennisgeving of een verzoek, somtijds tot het aanknoopen van onderhandelingen.

Een parlementair is in den regel een officier, meesttijds te paard, tot de voorposten vergezeld van een of twee trompetters. Hij of een van de trompetters voert, aan eene lans of een staak, eene witte vlag, als teeken van vredelievende bedoeling. De officier en zijn geleide zijn gewapend. Nabij den vijand wordt stapvoets gereden, en bij het naderen van de vijandelijke voorposten, of telkens, indien dit noodig wordt geacht, om de aandacht op het vredesteeken te doen vestigen, worden met korte tusschenpoozen signalen, gewoonlijk: ophouden met vuren,

Sluiten