Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b. Omvang van gezag.

Art. 43.

Wanneer het gezag van de wettelijke overheid feitelijk is overgegaan in handen van dengene, die het gebied hoeft bezet, zal deze alle maatregelen nemen, die in zijn vermogen staan, ten einde voor zooveel mogelijk de openbare orde en hot publieke leven te herstellen en te verzekeren en zulks, behoudens volstrekte verhindering, met eerbiediging van de in het land geldende wetten.

Volgens eene uitlegging, door den Baron Lambermont (België) ter Bruss. Conf. gegeven, waarmede alle leden zich hebben vereenigd!), omvat het woord „Orde" in de § „materieele, burgerlijke, maatschappelijke, politieke orde;" terwijl „publiek leven" (vie publique) betrekking heeft op: „maatschappelijke functiën en gewone transacties, die het dagelijksch leven uitmaken''.

Blijkens blz. '213 van de „Actes de la Conférence de Bruxellen'' (I'rotocole N°. 18) moeten in elk geval de burgerlijke-en strafwetboeken in het bezet gebied gehandhaafd blijven en kunnen alleen de politieke en administratieve wetten worden gewijzigd, terwijl uit eene verklaring van Generaal von Voïgt-Rhetz bij de discussie over de artt. 2 en 3 blijkt, dat de protocollen, welke in de „Actes'' voorkomen, bepaald noodig zijn om de artikelen der „Verklaring" goed uit te leggen.

De werkkring van de vreemde gezanten en diplomatieke personen, bij de vijandelijke regeering geaccrediteerd, houdt in het bezet gebied rechtens op. In het belang van het volkenrechtelijk verkeer worden deze gezanten echter, in dat gebied, door het bezettingsleger beschermd en hunne diplomatieke werkzaamheid toegelaten, even alsof zij tijdelijk bij de souvereine macht over dat leger waren geaccrediteerd 2).

De vreemde consuls, die van de vijandelijke regeering machtiging hebben verkregen in de later bezette landstreek werkzaam te blijven, worden in hun werkkring door de overwinnende legermacht zoomin mogelijk gestoord. Zij worden

1) Actes, p. 110.

2) Bluntsclili, g 555.

Sluiten