Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 7.

Een onzijdige Staat is niet gehouden den uit- of doorvoer van wapens, munitie, en, in het algemeen, van al wat ten nutte kan strekken van een leger of vloot, voor rekening van den eenen of den anderen oorlogvoerende te beletten.

Voor alle onzijdige Staten, maar vooral voor een kleinen Staat met grooten handel en scheepvaart, als Nederland, is het van onschatbare waarde dat dit beginsel conventioneel erkend en aangenomen is.

Met hand en tand is het door S. sedert tal van jaren in zijne werken en in het „Institut de droit international" verdedigd geworden tegen de herhaalde aanvallen, waaraan het heeft blootgestaan, •) vooral van de zijde van den Hoogleeraar Brusa te Turin en den bekenden schrijver over het neutraliteitsrecht KI een uit Zweden. S. heeft de voldoening dat zijn arbeid niet vruchteloos is geweest, daar de Britsche Delegatie ter Tweede Vredesconferentie, van welke Lord Reay (Mackay), mede lid van gemeld Instituut (bl. 284) deel uitmaakte, dit gewichtig beginsel in hare voorstellen had opgenomen welke algemeen zijn goedgekeurd.

Onzijdige Staten noch onzijdige particulieren moeten te lijden hebben door een oorlog, welke hen niet aangaat. Onzijdigen, die buiten den oorlog staan, moeten dus zooveel mogelijk hun gewonen vreedzamen handel kunnen blijven drijven. Op den voorgrond staat dus dat hun handel vrij is. Slechts twee uitzonderingen zijn op dien regel toegelaten:

le. de handel in artikelen van oorlogscontrabande;

2e. die met havens, welke door een der oorlogspartijen geblokkeerd zijn.

Maar die handel en dus ook het verbod betreft de handelaren en de reeders, dus de onzijdige particulieren, maar niet den onzijdigen Staat.

Men heeft het vervoer van contrabande en het verbreken v&n eene blokkade ten onrechte tot een misdrijf (délit) willen stempelen, dat de Staat te beletten en zelfs te bestraffen zou hebben. Élk vervoer en over de grenzen van den onzijdigen Staat den oorlogvoerenden aanvoeren van contrabande heeft men willen brengen onder de Drie regels van Washington, zonder het onderscheid in het oog te houden dat er tusschen bestaat, zonder te bedenken dat het vrij wat eenvoudiger is om het tot een oorlog uitrusten en bewapenen van een groot schip te beletten dan de controle te houden, langs den ganschen omvang van de Rijksgrenzen, over tal van kleine

1) Zie o.a. Annuaire de 1'Institut de clroit int. tome XIII, XIV en XV (Session de Venise de 1896), p. 211, tome XXI, (Sessioii de Gaud) p. 128. Vergelijk bl. 284.

Sluiten