Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lagen worden aangetroffen, zullen, wanneer deze een zeeoorlog met elkander voeren, gewoonlijk omtrent het al of niet toelaten van den aanvoer van steenkolen eene verschillende uitspraak doen. Engeland verbood, tijdens den Krimoorlog van 1854—5(3, den uitvoer van steenkolen naar Rusland, toen zijn vijand. In 1864 rekende Denemarken noch de Duitsche Staten de steenkolen tot de contrabande. In 1870 verklaarde Frankrijk uitdrukkelijk, dat het steenkolen niet als contrabande beschouwde, Pruisen daarentegen wel. Het verbood handel en uitvoer van dat artikel. Naar Nederland, werd, 11 Aug. 1870, door Pruisen de uitvoer van steenkolen langs den Rijn en over land — niet ter zee — weer toegestaan, doch slechts ten behoeve van spoorwegen en fabrieken (établissement industrieIs) en onder voorwaarde, dat door de Nederlandsche gezagvoerders ter plaatse bewijs werd afgegeven, dat de steenkolen de aangewezen bestemming werkelijk hadden bereikt.

Op klachten van Duitsche zijde, dat Engeland de Franschen door toevoer van munitie, paarden en steenkolen begunstigde, antwoordde de Engelscbe Minister van Buitenlandsche Zaken, den llden Aug. 1870, o.a.: „Welke artikelen oorlogs-contrabande zijn is eene vraag, die door verschillende natiën, op verschillende tijden, verschillend wordt beantwoord Zij is niet door eenig algemeen besluit gemaakt: zoo worden er b.v. tegen den uitvoer van steenkolen naar Frankrijk nadrukkelijke vertoogen gedaan, doch door Pruisische schrijvers van grooten naam is geleerd, dat steenkolen geen contrabande zijn, en dat zij niet door eene Mogendheid, onzijdige of oorlogvoerende, voor contrabande verklaard kunnen worden." •)

In verband met het bepaalde bij den 2den regel van Washington verklaarden de arbiters van het scheidsgerecht te Genève in de Alabama-claims: „Wat de steenkolen-verstrekking betreft, moet deze, om aan haar een karakter te kunnen toekennen dat strijdig is aan den tweeden regel betreffende liet verbod voor eene haven of voor onzijdige wateren om tot maritieme operatie-basis voor een oorlogvoerende te verstrekken, dat die verstrekkingen zich vastknoopen aan bijzondere omstandigheden van tijd, personen en plaatsen, die samenwerken om haar dat karakter te geven." Voorwaarden van tijd, plaats en personen moeten dus, bij de beoordeeling of de haven door de verstrekking van kolen als operatiebasis moet worden beschouwd, worden in acht genomen.

Japan verweet aan Frankrijk dat het aan de groote Russische vloot van Rodj esvensky, welke 23 September 1904 uit de Russische wateren was vertrokken, een langdurig verblijf in de Fransche wateren bij Madagascar had toegestaan en te Dakar en later in de Kamzenh-baai, bij Saigon, waar deze vloot

1) Vergelijk de noot van Sir Sherston Baker op Halleck's International law, vol II, p. 258.

Sluiten