Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te beschouwen hetgeen in een schip geladen is dat rechtstreeks koers zet naar eene haven van den vijand, bezet door een vijand of naar de strijdkrachten van den vijand.

Overigens oordeelen wij dat de onderscheiding van twee soorten van contrabande onmisbaar is, nm. de volstrekte en de betrekkelijke. In de volstrekte zijn slechts te begrijpen de wapens en de zaken welke uitsluitend tot den oorlog behooren, in de betrekkelijke die zoowel tot oorlogs-als tot vredesgebruik kunnen dienen, welke laatsten slechts in geval het uitgemaakt is dat zij voor de strijdkrachten te land of ter zee van den tegenstander bestemd zijn, aan beslag zouden zijn blootgesteld.

Met deze beginselen hield het voorstel van de Duitsche Delegatie verband, dat in zes artikelen was vervat.

Het Fransche Standpunt. In de volgende, de 9d« zitting der 4e Commissie, zette de heer Louis Renault het Fransche standpunt omtrent de contrabande uiteen. Volgens dat was de Engelsche beschouwing niet vrij van overdrijving. Schepen kunnen eene volle lading van contrabande hebben, waarvan de visitatie geen bezwaar oplevert. Het recht die te nemen en prijs te verklaren kan preventief werken, risico's doende geboren worden, welke huiverig maken het vervoer te wagen en ervoor eene aanmerkelijke verhooging van assurantie-premie doen vorderen. Het is mogelijk verkeerd den handel der onzijdigen^ te gemakkelijk te maken. De Verklaring van Parijs van 1856 is voor dezen reeds eene groote verbetering. Gaat men verder, dan zouden zij wel eens belang in het voortduren der vijandelijkheden kunnen krijgen. De onzijdige Staat is niet verplicht, de gemeenschap van zijne onderdanen niet oorlogvoerenden, als verboden, te beletten en controle uit te oefenen op de koopwaar, welke deze vervoeren. Hij kan niet verplicht worden tusschenbeide te komen en moet geen verantwoordelijkheid dragen wegens hun handel. Juist daarom is een stilzwijgend compromis tusschen die Staten en de oorlogvoerenden ontstaan, waarbij de eersten aan de laatsten vergunning hebben verleend, die controle en de prijsmaking uit te oefenen. Daarom herinneren de onzijdige Staten, bij hunne onzijdigheidsverklaringen hunne onderdanen aan de plichten, welke de onzijdigheid hen oplegt. Frankrijk is dus voor het behoud van de contrabande, maar wenscht de misbruiken te beteugelen, de onzekerheid en het gemis van vaste regelen weg te nemen, door beperking van het aantal artikelen van volstrekte contrabande, voorts door de bepaling dat de oorlogvoerende moet verklaren welke andere artikelen hij onder de voorwaardelijke of betrekkelijke contrabande rangschikt. Op die laatste categorie werd voorgesteld verschillende regels toe te passen. Is het uitgemaakt dat die artikelen voor een vijandelijke vloot, leger of belegerde vesting zijn bestemd, dan zouden zij worden behandeld als absolute contrabande,

Sluiten