Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 2.

In dit verbod zijn echter niet begrepen de militaire werken, inrichtingen van de zee- of landmacht, depots van wapens of oorlogsmaterieel, werkplaatsen en instellingen geschikt om voor de behoeften van leger of vloot des vijands benut te worden, en de oorlogsschepen welke zich in de haven bevinden, welke de Commandant van eene zeemacht, na eene sommatie met redelijken tusschentijd, door het kanon kan vernielen, indien elk ander middel onmogelijk is en de plaatselijke autoriteiten die vernieling niet in den bepaalden tijd hebben uitgevoerd.

In dat geval is hij niet verantwoordelijk voor do onwillekeurige schaden, welke het bombardement zou kunnen veroorzaken.

Mocht militaire noodzaak, onmiddellijk handelen vorderend, niet toelaten dat een uitstel wordt verleend, dan blijft het verbod om de onverdedigde stad te bombardeeren evenzeer van kracht, als in het geval vermeld in de 1ste alinea en zal de Commandant al de vereischte beschikkingen nemen, opdat er voor de stad de minst mogelijke nadeelen uit voortspruiten.

Er is zoodanig verband tusschen dit en het eerste artikel dat men beide heeft willen vereenigen. Daar is tegen opgekomen, ook door S. om het hoofdbeginsel zelfstandig op den voorgrond te houden'en sterker te doen spreken.

Waar in den landoorlog een oorlogvoerende, die een onverdedigde plaats bezet, gelegenheid heeft om er, zonder bombardement, alles te vernietigen wat tot krijgsgebruik kan strekken, meende men aan den commandant van eene zeemacht het recht niet te kunnen ontzeggen, door de hem ten dienste staande middelen, zijn kanonnen, diezelfde zaken ook te vernietigen, als hij daartoe geen andere middelen heeft, als bijv. genoegzame manschappen om te ontschepen, of dat hij genoodzaakt is spoedig terug te keeren, en dus geen tijd te verliezen heeft.

Bij de uitzonderingen genoemd in den aanhef van dit artikel waren primitief ook vermeld de voorraden. S. heeft zich daartegen ernstig verzet '), op grond dat het begrip voorraden zóó onbepaald en algemeen is en dat overal in meerder of mindere mate voorraden van allerlei aard worden aangetroffen, dat de opname daarvan een vrijpas zou geven aan alle bombardementen. Het voorstel om de voorraden in het artikel op

1) Zie het verslag der zitting van 18 Juli, op art. 5, later geworden art. 2.

Sluiten