Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

warme overtuiging van den Krijgsman doorgezet en in de Tweede Kamer geregtvaardigd, zoude het constitutioneel Puritanisme van eenige „would be" specialiteiten gewis ontwapenen, en den nood van het Vaderland bij de Natie tot Bondgenoot hebben. — De Koning heeft immers volgens de Grondwet (Art. 58) het oppergezag over Zee- en Landmagt, en mag dit een ijdele klank zijn ?

UTRECHT, 5 October 1872.

DE BEGROOTING VAN OORLOG.

Onze verhouding tot Pruissen.

Te oordeelen naar het sints eenige weken verspreid gerucht van den beraamden toeleg om den Minister Graaf van Stirum tot aftreden te noodzaken, laat het zich aanzien, dat de strijd over het Departement van Oorlog, nog heeter en vinniger zijn zal dan het debat over de begrooting van Marine. De Generaal is meer in het vuur geweest en heeft den vijand te dapper onder de oogen gezien, dan dat het gezond verstand der Nederlandsche Natie zulken wakkeren voorstander van haar voorouderlijk erf, niet reeds dadelijk een magtigen steun tegen den aanval van minder ervaren tegenstanders of plannenmakers, in de Kamer en in do pers, zou verzekeren. Tegen al die ontwerpen op papier, die elkander kruissen, luchtkasteelen, welke de onverhoedsche inval van een of ander nabuur den tijd niet zoude gunnen te timmeren, staat een lange, eervolle loopbaan van den Krijgsman, die in zijne jeugd zijne schuld aan het Vadeiland met ?ijn bloed heeft betaald, en den naam, dien hij voeren mag, met nieuwe eer heeft gekroond.

Het komt derhalve ongelooflijk voor, dat de uitslag van de parlementaire gedachtenwisseling tot een ministeriële crisis zou moeten leiden, en dat, terwijl de verkoopers der Kust van Guinea niet kunst en vliegwerk staande zijn gehouden, men in ernst den

Sluiten