Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voorlichting niet slechts van zijn Minister v. Buitenlandsche Zaken Verstolk, maar van eene speciale Commissie, van welke nevens Verstolk nog andere bekwame mannen deel uitmaakten: de Secretaris van Staat v. Doorn v. West-Capelle, de Minister van Koloniën Baud, Rochussen en de beproefde diplomaat Hugo van Zuylen. Die feiten spreken te luide, dan dat bij den plicht aan den Gouverneur-Generaal van N.-Indië opgelegd, en daar, waar het de verklaring van een oorlog met al zijne slagtoffers, gruwelen en rampen geldt, van een oorlog, die zich nooit met mathematische zekerheid in Indië laat localisereti — de bevelen des Koning* zich maar eenvoudig tot de telegrafische diplomatie van den Landvoogd met den Minister van Koloniën, zouden mogen bepalen. — Toen van 1820—1824 met Groot-Britanniö over de wederzijdsche Indische Bezittingen te Londen moest worden onderhandeld, was het de Minister van Buitenlandsche Zaken van Nagell van Ampsen en bij diens aftreding, de intermediaire Minister J. G. Reinhold, de uit Florence en Rome tijdelijk te 'sHage vertoevende Gezant, die, schoon vreemd aan alle koloniale politiek, maar in zijne hoedanigheid van Hoofd der diplomatie het hoofdbestier der negotiatie voerde: die Instructiën gaf, en wien bij kon. besluit de Minister van Koloniën was toegevoegd; de Staatsman, met wien eene koloniale specialiteit als de oud-commissaris-generaal Elout geregeld over den stand der negotiatiën, en daarna ook de Ambassadeur H. Fagel en de naar Londen ad hoe afgevaardigde Minister van nationale nijverheid en de koloniën, Anton Reinhard Falck, als ondergeschikten met hun hoofd, dat de eenheid van den Nederlandschen Staat diplomatisch verbeeldde, gedachten wisselden, en bepaaldelijk ook over Atchin, als eene Mogendheid, welke men zeer zorgvuldig had te ontzien, met welke de stoute Engelsche bemoeial Ra files in 1819 in het geniep een Tractaat had geteekend.

En nu na dit alles, het besluit. Zal men durven beweren, dat Nederland in dezen bloedigen en door nog zooveel andere onheilen gekenmerkten oorlog alleen de wapenen draagt om den vrede te verkrijgen of te behouden? Wie die het Sumatratractaat leest, kan eerlijk en ter goeder trouw ontkennen, dat

Sluiten