Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeden of gewoonten der bevolking geploegd, do treurigste gevolgen na zich hadden gesleept, cone lange reek.s van hoogst verdienstelijke Ambtenaren, Residenten, Loden van den Raad van Ned.-Indië te voorschijn geroepen en aan de bevordering van 'sLands welzijn in allerlei takken van Bestuur dienstbaar gemaakt, en zijn dezulke, waaruit evenals voorheen in de dagen der O.-Indische Compagnie de meest geschikte en door ondervinding gerijpte G. Gr. zonder moeite te kiezen ware, in overvloed en met den vinger aan te wijzen, de Regering is dan niet geregtigd zich met de uitvlugt te behelpen, dat zij wel een Diplomaat moest kiezen, omdat haar de stof of het personeel uit Indië ontbrak. — Aan den heer Loudon kon zeer ligt ontslag zijn verleend, hetzij dan op eigen aanzoek of van hooger hand zonder dat daarom plotselijk en tegelijk een nieuweling uit de lucht kwam vallen. De wet op het Regeringsbeleid van N.-Indiö kent in Art. 4 immers een Luitenant-Gouverneur-Generaal; en gedurende den tijd van beraad in het Moederland en de gissingen en aanwijzingen van eene vrije en verlichte pers, aangaande de meest gewenschte personen op welke 'sKonings keuze hoogst waarschijnlijk zoude vallen, heeft de afdoening der loopende zaken niet te vreezen en is men tegen eene overijlde en eenzijdige benoeming, door de wijze voorschriften der wet van 2 September 1854 het best gewapend.

UTRECHT, 29 December 1874.

Sluiten