Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

totSt. Domingo, ten behooveder Engelschen niet opzigt tot Zeeland, niet grond werd aangevoerd. Maar ook bovendien, liet is nooit te laat de dwaling te erkennen, dat men zich in Atsjion deerlijk heeft vergist. Wie lust moge gevoelen als gelukzoeker uit dien graf- en moordkuil goud te gaan delven, hij wage zijn hals, maar dit zal toch wel niet Koloniale Politiek heeten?

UTRECHT, 2 Maart 1875.

AL WEDER EEN NOODKREET UIT ATSJIEN. „Gezondheidstoestand zeer ongunstig."

Hoe lang zal de dappere Generaal Pel moeten waarschuwen ? Totdat de tijding komt, dat hij zelf met hut droevig overschot zijner braven, door de cholera of pest is verteerd of voor de overmagt van een verwoeden vijand is bezweken? Met de onverstoorbare kalmte en effenheid van gemoed, die een Turk zou beschamen,en alsof er nooit een Gouverneur-Generaal van Lansbeige was benoemd, als of er nooit eene Conferentie te Brussel was gehouden en van eene andere te Petersburg werd gesproken, alsof er geen Atsjien bestond, zet de Tweede Kamer onafgebroken hare gewigtige deliberatiën over spoor- en waterwegen voort, nu en dan door een somber of vrolijk incident afgewisseld. Aan de begiaafplaats te Strijp, aan de al dan niet vertooning van een blijspel te 's Bosch, worden uren en dagen verspild; meenen de Staten-Generaal voor de jammeren van Atsjien op den duur O.-Indisch doof te mogen blijven? voor den gruwel der mishandeling van de 5000 ongelukkige dwangarbeiders, in den krijg zoo verfoeijelijk ten offer gebragt?

De Minister Fransen van de Putte moge meer dan eens de zedelijke verantwoordlijkheid van den even onvruchtbaren als wedeiregtelijken oorlog zoo luchtig op zijne schouderen geladen hebben, de Natie kan niet verlangen haar eigen geweten met den last der gevolgen van die roekelooze onderneming langer te bezwaren.

Sluiten