Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

levendig herinneren, niet als Staatslieden maar als waaghalzen en dobbelaars, ojj of onder willen hardobollen?

UTRECHT, 5 Maart 1876.

NEDERLAND BIJ HET GRAF VAN Mr. G. GROEN VAN PRINSTERER.

(23 Mei 1876).

„Laat ons eendragtig wezen en Nederland zal onverwinbaur zijn."

Groen van Prinsteker.

Niot alleen te 's Gravenhage, neen, in alle oorden des Rijks, uit zoo menige school of bedehuis, door den milden ijver en de heilige overtuiging van den edelen Grijsaard gesticht, zullen gewis heden toonen van diepen en innigen rouw en tevens van dankbare vereering worden vernomen. Maar al kunnen wij ons niet aan dien treurigen stoet aansluiten, toch zal het Nederlanders, die niet tot de eigenlijke geestverwanten van den ontslapen Staatsman en Publicist hebben behoord, niettemin betamen, op dezen dag levendiger dan ooit te beseffen, hoe groot verlies het Vaderland in Groen van Prinsterer lijdt. Hij zelf heeft ons den 29 April, zijn naderend einde voorziende, zijn politisch testament nagelaten, het oog inzonderheid geopend houdende voor de gevaren van buiten; nog eens heeft hij van het sterfbed, de waarschuwingen en vermaningen met opzigt tot „das neue Deutsche Beich," met de treffende regelen v. Gerlach en d'Israeli herhaald. — In dezen hagchelijken tijd, waarin Groot-Brittannië met al zijne magt, maar vooral ook met den weldadigen invloed zijner vrije constitutionele Staatsinstellingen, eene andere gedragslijn dan het verbond der drie Keizers schijnt te willen handhaven, zullen wij wèl doen de gulden woorden van Groen van Prinsterer in verstaanbare taal in 1867 te Berlijn geuit: „Noiis ne voulotis pas être annexis," in netelige oogenblikken te herdenken, en ons daarbij te herinneren, hoe mannelijk de verklaring luidde, door hem eens als Volksvertegenwoordiger in de Tweede Kamer der

Sluiten