Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot het voorwerp van soortgelijke opgeschroefde hulde te maken ? Al dadelijk ten minste, zou, naar het oordeel van den tegenwoordigen Minister Mancini, vroeger Hoogleeraar te Napels, en sedert te Turin, door Gentili de plaats moeten worden ingeruimd aan Pierino Bello, den Piemontees uit Alba, Staatsraad en Gezant van den Hertog Emanuel Philibert van Savoye bij het Hof van Frankrijk. Mancini herinnerde den 22en Januarij 1851 in zijne fraaije Redevoering ter opening van den cursus van Volkenregt, getiteld: Della Nazionalita, come fondamnto del Britto delle Genti, dat deze Pierino Bello, in het Latijn Petrinus Bellus, al 67 jaar vóór de Groot en 30 vóór Gentili's in zijn ten jare 1558 geschreven, in 1563 gedrukt boek, De Re Militari et de Bello Tractatus, de beginselen van het Volkenregt in een ordelijk en stelselmatig wetenschappelijk verband (un abito di sistematica dottrina) had uiteengezet en ontwikkeld. En het was niet, omdat de Redenaar den Napolitaansche uitgewekene, de gunst van zijne nieuwe toehoorders zocht te winnen, dat hij Pierino Bello zóó ten koste van Gentili in de hoogte stak, neen, — hij betuigde plegtig, dat hij enkel en alleen de waarheid huldigde, en een al te lang gepleegd onregt begeerde te herstellen.

In het vorig jaar, uit Groningen uitgenoodigd om mij aan het Nederlandsch Comité ter vereering van Alberigo Gentili aan te sluiten, heb ik terstond met beroep op Mancini, daartegen mijne bedenkingen ingebragt, maar verder van de zaak niets gehoord. — Wat nu den Minister van den Koning van Italië, beheerscher van Rome en bondgenoot van den Koning van Pruissen, Keizer van Duitschland, bewogen kan hebben, het antecedent van den Hoogleeraar te Turin te vergeten, Pierino Bello te laten rusten en Alberico Gentili (zoo schreef Mancini) voor te trekken, geeft stof tot gissing. — In onze dagen zijn de Leeraren van het Volkenregt, door eene ministeriële portefeuille bekoord, niet zelden voorstanders van eene veroveringspolitiek geworden, met het masker van moderne wetenschap bedekt. Terwijl H. de Groot bij het verkondigen van zijne leer, den invloed der gebeurtenissen van den dag zorgvuldig buitensloot, ziet men integendeel de boeken van Gentili daarmede vervuld,

Sluiten