Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De bijlagen tot den brief der Commissie uit het kamp der vrijheidminnende Boeren, thans in ons bezit zijnde, haasten wij ons den inhoud zakelijk mede te deelen, gelijk die te Pretoria in de officiële buitengewone Courant van den 25,ton April is afgedrukt. Die inhoud is des te lezenswaardiger, sedert men uit de Kaapstad meldt, dat men die wakkere mannen met een geoctroyeerde constitutie zou hebben tevreden gesteld, terwijl uit het debat met Sir Bartle Frère integendeel is af te leiden, dat aan geene bevrediging der Transvaal te denken viel, zonder de meest gave herstelling der in 1877 bedriegelijk ontfutselde onafhankelijkheid. Mot hoe groot beleid, met welk taai geduld de Landvoogd de voordeelen van eene constitutionele vrijwaring hunner regten, behoudens de souvereiniteit van Koningin Victoria mogt betoogen en uiteenzetten, onveranderlijk en onwrikbaar eischten de Transvaalsehe Volksvertegenwoordigers de erkenning van de in 1852 van Engeland verkregen nationaliteit, met een eigen grondgebied. „Wij kochten, dus sprak de vurige en onverschrokken Joubert, „dit land inet ons eigendom en ons bloed, en toen wij het land verkregen, konden wij nimmer gelooven, dat Harer Majesteits Gouvernement ons regt zou repudiëeren, maar erkennen, dat er door de omstandigheden der Annexatie dezes lands een vlek was geworpen op Harer Majesteits naam; en zou zij die willen uitwisschen met ons bloed ? Wij zijn gewillig, liever vermalen en vermorseld te worden, dan verdrukkingen en onregt te lijden."

Maar hot gansch gedenkwaardig, naïf en karakteristiek debat zal ons zonder verdere toelichting, het best in den toestand en verhouding der strijdende partijen verplaatsen „Britsche onderdanen te worden, knechten te zijn van degenen, die in ons land zijn gekomen om hun fortuin te maken, — zeido de President der Commissie Pretorius — „het is een bittere beker. Dat is wat ons ontevreden harten geeft. En al stond Engeland voor mij met al zijne magt, dan zou ik spreken zooals ik nu spreek. —

Sluiten