Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uwe Exc. (Sir Bartle Frère) behoort aan ons te denken als aan Christenen."

Voor die taal der overtuiging, thans uit den Oranje-Vrijstaat met weerklank gesterkt, kan men te Londen immers op den duur toch niet doof en onverschillig blijven?

UTRECHT, 23 Junij 1879.

I

Den 12. April ten 10 ure voor den middag ontmoette volgens afspraak Sir Bartle Frère met zijn staf de deputatie der te Bloemfontein gekampeerde Transvaalsche Boeren te Erasmusspruit bij Pretoria.

De deputatie bestond uit de heerenM. W. Pretorius, E. Viljoen, S. J. P. Krüger, P. J. Joubert, J. S. Joubert Sen., W.Robinson, C. Bodenstein, Nicolaas Smit, M. W. Vorster, Wolmarans, J. Maré, C. Otto, J. Grobbler, B. Liebenberg, J. Viljoen, H. Ueckermann, H. J. Schoeman, J. Jacobs, Daniël Pretorius, L. de Jager, L. D. Klopper, en E. Bok, secretaris. Dr. Jorissen was tegenwoordig als regtsgeleerd adviseur. De predikant Gr. W. Stegmann, Hollandsch sekretaris van Sir. B. Frère, diende als tolk.

Na een gebed nam Frère het woord. Hij deelde eenig gunstig oorlogsnieuws mede, vermeldde geruchten over gewelddadigheid der Boeren, die hij bevonden had onwaar te zijn en verzocht de deputatie te spreken.

De Heer M. W. Pretorius antwoordde, dat de deputatie het volk van het Land vertegenwoordigde en niets anders wenschte te zeggen, dan het volk haar had opgedragen. Zij waren overeengekomen, dat de heeren S. J. P. Krüger, W. Robinson en P. J. Joubert hunne sprekers zouden zijn.

De heer Robinson zeide, dat zij Zijne Excellentie bij het toespreken zeer ernstige en belangrijke vragen zouden voorleggen. Zij gouden alles vermijden, wat ijdele wenschen schenen te zijn, maar zouden slechts vragen, wat het regt en de heilige belangen

Sluiten