Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n.

Nu was de beurt van spreken aan de leden der deputatie. Zij ontkenden ten stelligste, dat eenige dwang was gebruikt, om de boeren in het kamp te brengen. „Door zulke onwaarheid," zeide Krüger, „verwijtingen, bedrog en verraad is de Transvaal gebracht tot dat, wat zij op dit oogenblik is." Er was een algemeene kennisgeving verspreid, dat de vergadering zou gehouden worden; niemand was persoonlijk opgeroepen. Toen Sir B. Frère hem vroeg, of hij voor God kon zweren, dat er van geen schrikaanjaging was gebruik gemaakt, antwoordde Krüger zonder aarzelen! ja. „Indien Uwe Excellentie door het kamp zoude gaan, en allen zoude vragen, zouden zij antwoorden, dat zij vrijelijk zamen gekomen waren over hunne onafhankelijkheid." „Ik neem uwe verklaring," zeide Sir B., „ten volle aan met betrekking tot dat, wat gij zelf aangaande de zaak weet."

Krüger begreep niet, dat de eer der Koningin niet gedoogde, de annexatie te herroepen. „Volgens mij," zeide hij, „zou de eer van Hare Majesteit daarin bestaan, dat indien Hare Majesteit bevindt, dat zij bedrogen is geworden, zij niet zal toelaten, dat haar kroon bevlekt blijve, maar de waarheid de overhand doen hebben en terug geven, wat onrechtvaardig genomen is, en wanneer de menschen zien, dat recht en rechtvaardigheid zegevieren, zou er een band tusschen hen zijn, die niet zal bestaan, indien zij zich zeiven bedrogen vinden."

Ook de heer W. Pretorius beklaagde zich over de onware Rapporten, die over Transvaal naar Engeland waren gezonden. ,.Ik zie in deze vergadering," zoo ging hij voort, „menschen, die een teerkwast in hunne handen hebben, om er ons mede zwart te maken en Uwe Excellentie behoort uzelven in onze positie te plaatsen. Wij hebben ons goed en bloed voor onafhankelijkheid opgeofferd, door armoede, door ons in gevaar te stellen, door moeielijkheden met de inboorlingen, en dan Britsche onder-

Sluiten