Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eener gedegenereerde menigte! Nu is alles zoo innig vreedzaam; het maanlicht verzilverend den ouden, afgebrokkelden rand, links van ons, de donkerte hier en daar, en de volmaakte rust, temidden van een woelige stad. Ik kan het haast niet gelooven!"

„En dan," vervolgde haar vader, „de vrouwen uit de hoogere standen, die zich op hare ontrouwe minnaars wreekten, met hen onder schijnbeloften hierheen te lokken, en ze eer aan de woeste dieren wilden prijs geven, dan hun liefde gunnen aan een andere vrouw!"

„Te wreed, ja — maar —" sprak het jonge meisje, na even aarzelen, overtuigd: „indien ik zou liefhebben, zooals ik gevoel te kunnen, dan zou ik den man, die mij bedroog, verguisde, ook liever sterven zien, dan zijn liefdesgunst te deelen met eene andere!"

Haar vader zag haar van terzijde aan, en schrikte bijna van de hartstochtelijke woorden:

„Geef nooit toe aan deze gedachte," zeide hij ernstig; „als men jong is, denkt men aldus te mogen spreken, maar ouder — ouder —

Z\jn stem klonk ontroerd, en plotseling overviel Olga de gedachte: waarom ouders recht hebben op het vertrouwen hunner kinderen, en dit zelfs vorderen, en dat diezelfde kinderen, ofschoon volwassen, duidelijk voelen menigmaal, dat zij niet vragen mogen, wijl zij iets geheimzinnigs in het leven hunner ouders vermoeden?

Waarom, indien daar tusscheu diegenen wien zij het leven verschuldigd waren, en henzelven, het kind den eersten stap niet doen mocht om de ontstane hoogte te bestijgen, of de klove te verminderen? Ouders konden tot de kinderen afdalen, indien zij wilden, doch deze, die hun zoo gaarne de hand zouden hebben gereikt om den weg te vergemakkelijken, moesten beneden blijven, onder aan den muur, en wachten, wachten.

„Zullen wij naar huis gaan?" vroeg zij, en haar stem klonk veranderd, „het wordt koud."

Toen schreden zij stilzwijgend door de donkere gangen, tredend over lichtstrepen hier en daar, om eindelijk weder den polsslag van het avondleven om zich te voelen kloppen van het nieuwe Rome.

Daar lichtte het Corso, dat hun toelonkte als een mooie, lachende, blijde verschijning, gewend te leven in licht, weelde, en dartelheid, liefkoozingen uitdeelend en ontvangend.

Sluiten