Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelfs niet naar, tot in haar ziel door te dringen, en nu is het te laat... Ik heb je moeder niet gelukkig gemaakt", besloot hij ernstig.

„Heeft zij er onder geleden?" vroeg Olga.

„Ik vrees van ja — doch ook tot dit besef kwam ik te laat. Toen zij stierf, wist ik een schuld jegens haar te moeten effenen, doch daarvoor was geen tijd meer.

„Ik geloofde en achtte haar, heb haar geen enkel hard woord toegevoegd, ben haar nooit ontrouw geweest, sinds ons huwelijk - en tóch — gelukkig heb ik haar niet gemaakt...

„Arm moedertje!" fluisterde het meisje.

„Wèl arm", vervolgde hij, alsof, nu hij éénmaal begonnen was te spreken, er geen woorden genoeg konden gezegd worden om zijn aanklacht te uiten: „Zij klaagde nooit, en was zoo geduldig. Soms kon zij mij zoo verlangend aanzien, als smeekte zij om een teeder woord — een liefkoozing — ik kon haar noch het een, noch het ander schenken. Ik begreep haar niet."

Toen stond zij op, en kuste hem.

„En nu zijn wij geheel op andere wijze, dan ik vermoedde, tot het punt genaderd, waarover ik wenschte je te spreken. Ik wil herstellen hetgeen ik jegens haar misdeed — en — jegens anderen ... Vervullen, hetgeen ik naliet, ja — ik wil herstellen, zoo God mij den tijd laat! Ik zou willen gevoelen den greep der goddelijke vingeren, altijd — vóór ook dit te laat zal zijn! Kindje, geloof je aan een God van medelijden?"

„Van medelijden en van liefde!" antwoordde zij.

„Niet van wrake, Olga ? ..."

„Niet van wrake", herhaalde zij. Wel iets vreeselijks zou u moeten gedaan hebben, vader, om wraak te duchten. Neen, ik aanbid den God van liefde, niet dien van haat!..."

„Dus — van vergeving, kind? wanneer wij, door goedheid jegens anderen, zelfbeheersching, en loutering van hart, ziel en verstand trachten de fout onzer jeugd te herstellen?"

„Ik geloof het, vader," antwoordde zij plechtig.

„Het strijdt tegen mijn overtuiging", zeide hij angstig. „Daar zijn er, die gelooven kunnen, dat God, onze fouten met andere maat zal meten dan wij verdienen, wanneer ons leven, nadat wij

Sluiten