Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik hebben gedaan, ter wille van jou! Maar, ofschoon zoo iets bjjna dagelijks gebeurt in onzen kring, waar eer en ridderplicht het zelfs voideien, zoo geloof ik toch, dat het je niet gebaat zou hebben. Want, hooger dan menscheneer en ridderplichten, staat het oordeel van den Almachtige. Sterker dan iedere beleediging, beven de woorden in mijn binnenste: „Gij zult niet dooden!" En niettegenstaande mijn ernstig streven om jou te hulp te komen, weet ik, niet in staat te zijn een medernensch te dooden. Ik zou hem hebben gespaard. Ik zou zijn gevallen. Voor mij is dit niets, maar ik heb mama..."

Zij greep naar zijn hand.

„Wadiem!' vroeg zij smeekend, „beloof mij, datje zult vergeten, dat van hedenavond! Ik was slecht, vergeet Wadiem, kun je het?"

„Ja," antwoordde hij op ernstigen toon.

„En ik beloof je te handelen volgens het aan mijn vader gegeven woord. Ik zal getrouw zijn tot aan het einde. Zeg mij dat je mij gelooft!" drong zij aan.

„Ik gelooof je, Olga!"

„En ik hoop niet meer te zullen wankelen, ofschoon mijn weg daar ginds ligt!"

Dit zeggende, wees zij naar de steile, met dicht struikgewas bedekte berghelling, die door de schaduw van een overhangenden heuvel, beangstigend, donker voor hen lag.... diep beneden....

Doch hij wees naar boven, naar den effen blauwen avondhemel, naar den glanzenden maanrand, naar de sterren:

„God is daar!" zeide hij plechtig. „Vertrouw!"

Sluiten