Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Misschien ligt er een brief te Popasnaja voor je."

„Neen, dan zou men hem hebben opgezonden, en ook vandaag aan het postkantoor was er niets voor mij."

„Zeg mij, waar je buitendien nog bent geweest. Het was zoo laat en ik werd bang."

„Bang voor mij ?" vroeg hij, met verheugden klank in z«n stem. „Ik weet niet waar ik geweest ben, vandaag! Dan hier, dan weer daar. Galoppeerend, dravend, stappend, ik zou het niet kunnen uitwijzen. Even heb ik mijn paard en mij rust gegund, om dan weer verder te ijlen. Want ik moest dooden de onrust, die in mij was! Ik kon niet anders."

Toen naderde hij haar, en zag haar liefdevol en droevig aan. „Goedennacht Olginlca," sprak hij, „tracht te slapen, en vergeet dat je bang waart, voor mij!"

„Vaarwel!" Het was het eenige antwoord dat zij vermocht te geven.

Sluiten