Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sterke armen en troost te zoeken aan de trouwe borst. Ja, daar zou het goed zijn te rusten, daar wist zij zich veilig.

Hij had zich gedurende den nachtelijken rit voorgenomen, haar zoo opgewekt mogelijk tegemoet te treden, en haar meer vrede en rust te doen verkrijgen, door den indruk van Vorst Machlin's woorden. Maar een enkele blik was voldoende, om hem te toonen dat die jonge vrouw eenige vreeselijke oogenblikken moest hebben doorgemaakt.

Want nog vóór hij haar iets had kunnen toevoegen, klonken hem een paar woorden slechts tegen :

„Wadiem, ach Wadiem ..."

En daarin lag alles opgesloten.

„Aim kindje, was het zoo ht'el erg?" vroeg hij teeder

Toen zij hem alles had medegedeeld, en hij zijn ontroering meester was geworden, sprak hij met een stem waarin bittere ironie klonk •

„Hij heeft het recht!"

„En dat zeg jjj ?"

„Hij heeft het recht, herhaal ik, meer wil, meer kan ik niet zeggen t Indien je het verlangt, zal ik niet van huis gaan, als wij weten dat hij komt; zoo kan ik, al is het slechts nog voor korten tijd, je behoeden voor beleedigingen."

Zij antwoordde niet, maar zag hem slechts aan, iedere lijn van zijn gestalte nateekenend in haar binnenste. En de fabel van de ,Beauty and the Beast' kwam haar voor den geest... Neen! zij wilde hieraan niet denken ... Doch hij, meer dan zij gewoon aan het lezen van liefde en hartstocht op anderer gelaat, voelde in zich iets trillen en beven, dat niet wilde rusten ...

„Het is goed dat ik van hier ga", sprak hij, zijns ondanks halfluid.

„Wat zeide je?" vroeg ze, „ik heb je niet verstaan."

„Ik geloof, dat Vorst Machlin een waarachtig vriend is!" jokte hij, en ging weg.

Sluiten