Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XL.

Si, d'une faijon ou d'autre, toutes les funtrs sVxpient bien peu se re'parent.

C. II. Valtoi r.

Achter de gesloten gordijnen, in haar kamer, heeft Olga Wadima zich op een sofa neergevlijd, om er rustig te kunnen overdenken het gebeurde van dien morgen. Vrij ! eindelijk verlost van de zware ketenen, die haar aan een troostlooze toekomst zouden geklonken hebben. En toch, juichen, zooals zij gisteren nog zou hebben gedaan, kan zij nu niet. Voor Wadiem's behoud heeft zij God gedankt; maar weifelend was het gebed, omdat haar grooter leed nog wacht; hij immers heeft haar voorbereid. Gevraagd heeft zij den Almachtige niets, slechts aangenomen, als een gunst, een gift, zijn jeugdig leven. Doch niet het leven, dat bestemd is om zich met haar leven te vereenigen in een groot, alomvattend samen. Nu, mijmerende, gaat in haren geest weder voorbij, de droom van het gouden kogeltje, haar in den schoot geworpen. Een zucht, als lente-adem, hief het op tot bij heur hart. Maar het viel door den druk van een zware hand. Toen voerde het de levenswind omhoog weer, en is

Sluiten