Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jaarlijks in de maand Januari zendt het bestuur, dat op Rijksbijdragen krachtens dit artikel over het voorgaande jaar aanspraak maakt, zijne daartoe strekkende aanvrage aanvrage aan de Gedeputeerde Staten van de provincie waarin de school is gevestigd.

Deze beslissen vóór i Mei daaraanvolgende, of de school voldoet aan de eischen en voorwaarden in dit artikel tot het verleenen der aangevraagde Rijksbijdiagen gesteld, bepalen het bedrag dier Rijksbijdragen en deelen hun besluit onverwijld mede aan Onzen Minister met de uitvoering dezer wet belast, alsmede aan den inspecteur van het lager onderwijs, in wiens ambtsgebied de school is gevestigd, en aan het bestuur dat de aanvrage deed.

Binnen dertig vrije dagen na de dagteekening van dat besluit kan daarvan bij Ons in beroep worden gekomen door Onzen Commissaris in de provincie en door den inspecteur en het bestuur, in het vorige lid bedoeld.

Het bedrag, waarop het bestuur aanspraak mocht kunnen maken, wordt alsdan bij Onze eindbeslissing vastgesteld.

Wanneer een bestuur niet heeft voldaan aan de voorwaarde, vervat in het tweede lid, sub c, van dit artikel en het daarvan ten tijde dat de vacature had behooren te zijn aangevuld denarrondissements- school-

te trekken ivegcns onvoldoend onderwijs. De Minister beslist, na het advies van den rijksonderwijsraad te hebben ingewonnen. Deze beslissing wordt met genoemd advies ter kennis gebracht van het betrokken bestuur of het betrokken hoofd.

Jaarlijks in de maand Januari zendt het bestuur of het hoofd der school, die op de Rijksbijdragen krachtens deze artikelf/z over het voorgaande jaar aanspraak maken, hunne daartoe strekkende aanvrage aan den districtsonderwijsraad, waaronder zij behooren.

Deze beslissen vóór t Mei daaraanvolgende, of de school voldoet aan de eischen en voorwaarden in dit artikel tot het verleenen der aangevraagde Rijksbijdragen gesteld, bepalen het bedrag dier Rijksbijdragen en deelen hun besluit onverwijld mede aan onzen Minister met de uitvoering dezer wet belast, aan den Rijksonderwijsraad en aan het bestuur, dat de aanvrage deed.

Binnen dertig dagen na de dagteekening van dat besluit kan daarvan bij Ons in beroep worden gekomen door den schoolopziener en het bestuur, in het vorige lid bedoeld.

Het bedrag, waarop het bestuur aanspraak mocht kunnen maken, wordt alsdan bij Onze eindbeslissing,

11a den rijksonderwijsraad te hebben | gehoord, vastgesteld.

Lid 10 onveranderd.

Sluiten