Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Door regelmatig en veelvuldig bezoek aan de scholen van zijn inspectie stelt hij zich op de hoogte van het onderwijs, van de plichtsbetrachting der onderwijzers , die hij met raau en daad ter zijde staat, vooral der jongere, en van de vorderingen der leerlingen en van hun gedrag.

Tot inspecteur zijn benoembaar zij, die voldaan hebben aan het examen, bedoeld in artikel 56 onder e, het zoogenaamd Paedagogisch examen.

Het onderwijs wordt in de scholen van dezelfde soort en gelijke richting in dezelfde inspectie gegeven volgens een uniform leerplan, nader uitgewerkt door de gezamenlijke onderwijzers, met gebruik van dezelfde leerboeken en andere leermiddelen.

Voor elke klasse is de leerstof nauwkeurig bepaald en de tijd aan elk vak te besteden.

De inspecteur onderzoekt geregeld de vorderingen in de verschillende vakken. Hij geeft waar het hem wenschelijk voorkomt, of daartoe door den onderwijzer aangezocht, modellessen.

De inspecteur houdt minstens ieder kwartaal met de onderwijzers tot zijn inspectie behoorende, een vergadering, waarin de onderwijsaangelegenheden besproken worden.

De overgang der leerlingen van een klasse tot een andere wordt door de betrokken onderwijzers geregeld. Bij verschil van gevoelen beslist na onderzoek de inspecteur.

Zoo noodig beslist de inspecteur of een leerling naar een lagere klasse teruggezonden moet worden.

De lesrooster wordt ontworpen door den onderwijzer en behoeft de goedkeuring van den inspecteur.

Leerplan. Op de basis van het algemeen leerplan wordt voor iedere school een uitgewerkt leerplan opgemaakt door de gezamenlijke onderwijzers dier school in een vergadering onder leiding van den inspecteur.

Leerboeken. Invoering van nieuwe leerboeken kan geschieden op advies van de onderwijzers-vergadering door den districtsonderwijsraad. De inspecteur wordt hierin gehoord.

De inspecteur kan verlangen, dat het in ieder lesuur behandelde door den onderwijzer wordt opgeteekend. Aan het eind van iederen cursus brengt de onderwijzer aan den inspecteur een nauwkeurig verslag uit, van het door hem gegeven onderwijs en voegt er zijne opmerkingen omtrent gedrag, vlijt en vorderingen der leerlingen aan toe.

De inspecteur brengt van zijne bevindingen jaarverslag uit aan den Districtsonderwijsraad.

Hii geeft advies aan dien Raad in alle onderwijszaken, waarin hem dat gevraagd wordt.

Uitwendige schoolaangelegenheden. Aan iedere school, ingedeeld bij een inspectie, is een der oudste onderwijzers, de chef van dienst, belast met:

i°. de verdeeling der klassen over de verschillende lokalen.

2 °. de regeling der lessen bij plotselinge ziekte of ontstentenis van een onderwijzer.

3°. het toezicht op de leerlingen in de speeltijden, in gangen, op het speelplein , enz., hierin bijgestaan door de andere onderwijzers.

m

Sluiten