Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

thans ook te kunnen overzien wat tot op heden op practischsociaal gebied door deze instellingen beproefd en bereikt is, en door welke middelen. Alleen daar, waar historische overzichten ter verduidelijking van het geschrevene dienen konden, zal men ook deze in den tekst opgenomen vinden.

Hiermede zijn de grenzen aangegeven, waarbinnen dit algemeen overzicht blijven zal: de sociaal-paedagogische-, de technische-, en de financieele zijde van het vraagstuk. In drie, hiermede samenhangende hoofdgroepen, worden de gegevens besproken.

In de eerste groep komt ter sprake alwat uit een sociaalpaedagogisch oogpunt de werkzaamheden van Openbare Leesmusea raakt. Het zijn de vragen, die zich voordoen met betrekking tot de verhouding dezer instellingen ten opzichte van bestaande bibliotheek-soorten; met betrekking tot de samenwerking met instellingen van onderwijs; en met betrekking tot algemeen maatschappelijke verhoudingen en verschijnselen, en den invloed dien zij hierop en op het lezen in het algemeen kunnen uitoefenen, m. a. w. het doel, nut en werk van Openbare Leesmusea.

In de tweede groep worden de moeilijkheden uiteengezet, die door de bibliotheekwetenschap te overwinnen zijn bij de pogingen, het werk van deze Leesmusea zoo vruchtbaar, zoo ruim, zoo onbekrompen mogelijk te doen zijn. De eigenaardige eischen, aan Openbare Leesmusea gesteld, hebben aan de bibliotheconomie technische oplossingen gevraagd, die nimmer, althans nimmer in die mate in bibliotheken van meer besloten karakter te overwegen vielen. Voornamelijk aangaande de inrichting van het gebouw en hulpgebouwen; aangaande de uitleening, den waarborg, en het onderhoud van het boek; en aangaande de opleiding en keuze van personeel, beheerende en besturende lichamen.

In de derde groep wordt een overzicht gegeven van de middelen, aangewend en aangewezen, om het bestaan van Openbare Leesmusea te verzekeren ; middelen, aan de hand gedaan door tusschenkomst van particulieren, vereenigingen, gemeenten en staat. Het is vooral de Angel-Saksische wetgeving, die hier de aandacht vraagt, omdat deze het volledigst het geld-vraagstuk heeft opgelost.

Aan het einde dezer inleidende schets van opzet en inhoud, mag niet verheeld worden, dat aan keuze en behandeling van het onderwerp een zekere bedoeling niet vreemd is.

Sluiten