Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van beide zijden mag men een intenser-worden verwachten van het streven naar ontwikkeling. En voller beteekenis zal daarbij de vraag krijgen, waar de hulpmiddelen bij dit sociaal-paedagogisch werk te vinden moeten zijn: de plaatsen, die hier worden aangeduid met den naam: Openbare Leesmusea.

3. Evenmin echter als in het onderwijs zelf dit «ontwikkelings»proces zijn oplossing gevonden heeft, is de evolutie op bibliotheekgebied thans reeds voltrokken. Nog zeer lang waarschijnlijk zullen wij de verschillende bibliotheekvormen naast elkaar zien bestaan. de engere Studiebibliotheek ten gebruike van vak-ontwikkeling zoekenden; de gesloten Vereenigingsbibliotheek, het Leesgezelschap en de Leesinrichting voor meer-bemiddelden; en de Volksbibliotheek voor onontwikkelde onbemiddelden. Tusschen deze leesgelegenheden in zal het Openbaar Leesmuseum een eigen plaats gaan nemen, overal waar het niet reeds zijn bestaansrecht veroverde. Ten opzichte van ieder harer heeft het stelling te kiezen, zijn eigenaardig karakter te doen uitkomen.

Vergelijken wij dan de genoemde instellingen met het Openbaar Leesmuseum, en wel telkenmale op de saillante punten van verschil, zoo komen wij tot het volgende beeld.

4. De Volksbibliotheek. Het is vooral ten opzichte van de oudere «Volksbibliotheken» dringend noodzakelijk, het afwijkend karakter van Openbare Leesmusea te doen uitkomen. De groote misvatting van hen, die zich door een zekeren familietrek misleiden laten beide instellingen in nauw verband tot elkaar te beschouwen, bestaat hierin, dat men een «Public Library», een «Bücher- und

Lesehalle», een «Openbaar Leesmuseum», beschouwt als een louter materieele uitbreiding van genoemde oudere «Volksbibliotheken». Echter is de tegenstelling niet alléén gelegen in de uitbreiding van boekenschat, uren van opening, personeel, en dergelijke, doch het onderscheid tusschen beide is in de eerste plaats een principieel onderscheid.

Het zuiverst is dit gezegd door C. Norren berg. Oppervlakkig gezien, zoo luidt het in een der vele opstellen van zijn hand, voor de propaganda der instelling in Duitschland geschreven, schijnt de beweging ten gunste van Bücher- en Lesehallen alleen gedragen

te worden door het verlangen, instellingen, die reeds lang en overal

bestaan, meer belangstelling deelachtig te doen worden. Dit nu is alleen de uiterlijke, de voor ieder terstond waarneembare zijde der beweging. Maar, «Hand in Hand mit der ausseren Ausbreitung

Sluiten