Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijksch bezoek van slechts een vijftigtal, op verre na niet allen tot de arbeidersklasse behoorende, personen aan een in het hart van een werkmansbuurt gelegen leeszaal in het groote, zeer weinig volksleeszalen tellende Amsterdam? Moet er uit worden afgeleid dat, op enkele uitzonderingen na, de Amsterdamsche werkman niet van lezen houdt? De meeste der werklieden tot wie men deze vraag richt, geven een gansch andere verklaring, beweren dat de lange duur van den werkdag hier de meeste schuld heeft. Als men — zeggen zij — van 's morgens zes tot 's avonds zes en vaak langer in een snikheete en rumoerige fabriek of in de open lucht op een steiger aan zwaren arbeid heeft gestaan, heeft men. vuil, vermoeid, hongerig thuis komend, hoeveel men ook van lezen houdt, geen lust zich te gaan opknappen en nog weer eens een misschien langen weg af te leggen, met het vooruitzicht binnen een half uur tijds in de rustige leeszaal van «Ons Huis» over zijn boek in slaap te vallen1).» Hier stuiten wij inderdaad op een moeilijkheid, wier oplossing buiten het Openbaar Leesmuseum te vinden is; de verkorting van den arbeidsdag wordt hier met ongeduld verbeid, in vast vertrouwen, dat door haar een zeer groot deel der arbeidersbevolking tot de Openbare Leesmusea zal worden geleid. En terecht zegt dan ook Den Tex: «Verder dan de hygiënische arbeidsdag strekt de maatregel, die den arbeider tijd zal verschaffen voor zijn ontspanning door andere bezigheid, voor zijn ontwikkeling, geestelijk en lichamelijk» J).

146. Voorbeelden, dat verkorting van den arbeidsdag gunstigen invloed uitoefende op het bezoek aan Openbare Leesmusea en de uitleening, zal men nog niet zoo licht vinden kunnen : te weinig toch is nog op dit verband gelet. Pfannkuche3) citeert uit een schrijven van een Dresdener vakvereeniging: «Van 1886 tot 1896 zijn er uit onze bibliotheek nog niet een tiende van het aantal boeken uitgeleend, dat van Juni 1896 tot December 1897 werd aangevraagd. Sedert 1896 is in ons vak het uurloon met 10 Pfennig gestegen en de arbeidstijd met een uur verminderd.» Verder, op S. 43 een uitlating, waaruit blijkt, dat minder gelezen wordt wanneer veel overwerk tnoest gedaan worden; S. 49 de opmerking,

') H. M [e rei er], Statistiek van yOns Huis". In: SW. 1899, bi. 275.

J) G. M. den Tex, Verkorting van den arbeidsdag. Diss. Amsterdam, 1894, bi. 29.

Pfannkuche, l.c. S. 46, 47.

Sluiten