Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wenscht te bezitten; en dat leeszaaltje moge dan hoofdzakelijk dienen »om de menschen in kennis te brengen met de in de bibliotheek aanwezige boeken, opdat deze later gevraagd mogen worden, mee naar huis genomen en daar gelezen» 1). Ook Fritz verwijt aan de jongste Duitsche Bücher- und Lesehallenbewegung, dat zij de fout heeft gemaakt, te veel nadruk te leggen op de «Lesehallenbewegung» 2).

183. Zeker is er iets te voelen voor de argumenten van deze tegenstanders van leeszalen. Er bestaat een vooral toch niet te groot te achten! — gevaar, dat de leeszaal de uithuizigheid bevorderen zal. Maakt men de leeszalen aantrekkelijk door een overvloed van kranten en tijdschriften, zoo zal het zeker wel voorkomen, dat sommigen daar hun geheelen avond gaan doorbrengen inplaats van thuis te blijven. En ook loopt de lezer dan kans zijn tijd te besteden aan kranten en tijdschriftenlektuur en de degelijker lektuur voorbij te gaan. Ook is er gevreesd, dat de leeszaal een middelpunt zou worden voor allerlei slag menschen, die daar allerminst om te lezen, maar om geheel andere redenen

zouden samenkomen.

Nu is dit laatste bezwaar in de praktijk niet zoo ontzettend groot gebleken. En wat de andere bezwaren van huislijkheid-ondermijnende invloeden aangaat, zoo kan men op het feit wijzen, dat een leeszaal in een Openbaar Leesmuseum een ware uitkomst kan zijn voor hen, die thuis geen huiselijkheid, zooals deze wel wat te idialistisch gedacht wordt, vinden kunnen.

184. Dit is een punt, waar wij wel onze aandacht op gevestigd mogen houden: dat de woningtoestanden der arbeidende klassen den man, de vrouw en ook de kinderen buitenshuis drijft ■,). Ik meen aangaande het woningvraagstuk met enkele opmerkingen te kunnen volstaan, waar bij herhaling op de zéér onvoldoende woningtoestanden voor arbeiders in groote steden gewezen is. *)

Vertrekken, waar geslapen, gegeten, gewasschen wordt, waar in één woord het geheele huishoudelijk leven in klein bestek

') J. Bruin wol d Riedel, Dr. Ernst Schultze over het nut van volksbibliotheken met leeszalen. In: MNAM. 1903, bl. 32.

s) G. Fritz, Die Neugestaltung des stadtischen Bibliothekwezens. Berlin, 1902, S. 3.

:') M. A. Sanders, The possibilities ol public libraries in manufacturing eommunities. In: LJ. 1887, p. 398.

*) Men zie voor Nederland : J. H. Faber, Woningtoestanden in Nederland. Zwolle, 1904.

Sluiten