Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schappelijk propaedeutisch of lager-acte examen, loopende over: (a) de gronden van Nederlandsche literatuur- en kunstgeschiedenis; {6) de beginselen van natuur- en scheikunde, en natuurlijke historie;

(c) de gronden van staathuishoudkunde en staatsinrichting;

(d) de eerste beginselen van boekhouden, machine- en snelschrift;

{e) paedagogiek;

(f) de gronden der Latijnsche taal;

in dier voege, dat voor leerlingen van een der beide instellingen van onderwijs vrijstellingen kunnen worden verleend voor vakk'en, die daar als verplichte examenvakken gedoceerd worden.

Bij de verdere vakopleiding zijn twee diploma's A en B toe te kennen, of, bijaldien het onderricht bij het Hooger Onderwijs wordt ingedeeld, een candidaats- en een doctoraal diploma.

Voor A (candidaats) kan worden geëischt kennis van: (a) de geschiedenis en samenstelling van het boek;

(fi) de systemen van uitleening;

(c) de systemen van klassificatie en nummering;

(d) de regels van katalogiseeren;

(e) minstens éénjarige praktische oefening in een van de groote aangewezen bibliotheken.

Dit diploma geve recht tot het bekleeden van een assistentsplaats, en geeft den titel van assistent-bibliothekaris.

Het examen B (doctoraal) worde gesplitst in B 1 en B 2, zóó, dat B 1 voor den dienst in Openbare Leesmusea, B 2 voor dien in wetenschappelijke bibliotheken berekend is.

B 1 omvatte kennis van:

(a) de organisatie en gebruiken van den boekhandel;

(fi) bibliotheekadministratie;

(c^ bibliotheekbouw, inrichting en uitrusting;

(d') geschiedenis van het bibliotheekwezen ;

(*•) minstens driejarige praktijk;

(f) algemeene literatuurgeschiedenis.

Het examen B 2 loope over de examenvakken:

(a-e) als boven ;

(f) handschriftkunde;

(g) bijzondere bronnenliteratuurkennis in een of meer wetenschappelijke richtingen naar keuze.

Beide diploma's geven het recht tot vervullen van een onder-

Sluiten