Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorbeelden, waar vaste-landsche begrippen heerschten. ') «Schep eerst en vóór alles Engelsche toestanden, geef ons eerst toereikende middelen», zegt hij dan. «en ik zal de eerste zijn om mijn

standpunt vaarwel te zeggen.» 2)

Men mag Reyer in zijn bittere uitlatingen niet bijvallen, zonder tevens te weten in welke bijzonder ongunstige omstandigheden hij in Weenen heeft moeten werken. Onder het bewind der christelijk-sociale meerderheid in den Weenschen Gemeenteraad zag hij zich op alle wijzen tegengewerkt, de kleine subsidies inkrimpen en ten slotte plotseling geheel ingetrokken worden; de leespenning was het eenige wat nog uitkomst kon geven, en waarmede werkelijk voor een goed deel het voortbestaan van Reyer s werk verzekerd werd. Maar de opgedane ervaringen kunnen en mogen wij niet toepasselijk verklaren ook voor andere steden en landen, waar minder tegenzin, als wel onbekendheid en onverschilligheid te

overwinnen zijn.

350. En dan dringt zich vanzelf de vraag op, of de, door leesgeld inkomende bedragen wel inderdaad zóó belangrijk zijn, dat de invoering van den leespenning overal een onvermijdelijk

kwaad te noemen is.

Weenen daargelaten, waar de toestanden, zooals boven even werd

aangeduid, de invoering van den leespenning dringend noodzakelijk

maakten, en waar ten tweede de Centralbibliothek van den aanvang leesgeld vroeg, en zich daarmede in lfS -)<S afscheidde van de bestaande vereeniging voor kostelooze volksbibliotheken, kan men de door leesgeld inkomende bedragen niet hoog noemen. De inkomsten bedroegen in Weenen:

Aan leesgeld. Aan giften. Totaal.

1899. . . . K. 49.301,70 K. 62.132,80 K. i37-239'5° 1900 . . . » 62.276,38 » 50.445,20 » 147.74490

1903. ...» 107.952,08 » 9.550,10 » 139.241,68

1904. ...» 114.270,43 » 4-40i,40 » I39-6I4.88 Stellen wij daartegenover Bremen (1904), dan zien wij, dat de

3052 ingeschreven lezers aan leesgeld 3315,60 M. inbrachten op een totaal balans van 17266.75 M.: het verschil is te zoeken in vrijwillige giften, kapitaalrenten en verhuur van lokalen.

') E. Reyer, Organisation öffertlicher Bibliotheken lür Stadt und I.and.

In: ZVW. 1900, S. 125.

s) E. Reyer, Die Entwicklung der Volksbibliotheken in Oesterreicli. In:

BVL. 1900, S. 19.

Sluiten