Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

theekvereenigingen is deze, dat beschikbare localiteiten kosteloos of tegen zeer lage huur worden afgestaan. Voorbeelden hiervan zal men dikwijls kunnen aanwijzen: ten onzent b.v. te Dordrecht, 'sGravenhage. Hoe wij over dergelijke gebouwen en localiteiten te denken hebben, zette ik reeds uiteen bij de bespreking van de technische vragen van het bibliotheekbeheer. •) Lokalen in gemeentescholen en stadhuizen, zijn b.v. in Berlijn en Parijs voor de stedelijke volksbibliotheken aangewezen, niet altijd in het belang van de instelling en den dienst.

378. De gemeente kan zelf subsidies aanvaarden voor bijzondere doeleinden. Reeds sprak ik hierover uitvoeriger onder de pogingen, ingesteld van particuliere zijde. 2) Ik wil dan ook hier slechts mededeelen, dat zelfs de, onder de gunstigste omstandigheden verkeerende Amerikaansche Public Libraries, aandringen op het bezitten van een «schenkingsfonds», van particuliere zijde bijeengebracht, om daaruit in allen gevalle een goed bijgehouden afdeeling wetenschappelijke lektuur te kunnen onderhouden.3) In den grond verschilt zoo'n reservefonds niet van hetgeen te Elberfeld wordt beproefd door de bibliotheekvereeniging, wier statuten wij reeds elders bespraken. ')

379. Gemeentelijke bibliotheken. Wanneer wij echter spreken van de zorg voor het openbaar bibliotheekwezen van gemeentewege. zoo bedoelen wij doorgaans een toestand, waarbij de gemeente zelve, alléén of voor het grootste deel, de kosten der instelling draagt.

Drie ontwikkelingsstadia laten zich hier onderscheiden: de gemeente, die op eigen, zelfstandig initiatief gemeentelijke bibliotheken onderhoudt; gemeenten, die daarbij de uniforme bepalingen van een algemeene wettelijke regeling volgen; en gemeenten, die gedwongen zijn door de bepalingen in de wet, openbare bibliotheken

te onderhouden.

Van hoe onderscheiden grondgedachte men bij elk dezer drie typen ook uitgaat — men heeft hier toch: vrije bemoeiing, uniforme regeling, en gedwongen zorg — zoo staat op den drempel van iedere diepere beschouwing dezer drie typen, de vraag: is

•) Zie § 155.

4) Zie § 368 seqq.

3) Zie: W. Rice. The relations of city government to public libraries. In LJ. 1887, p. 365.

4. r/i« ü QfiQ

Sluiten