Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoowel als in het belang der individuen zeiven. En gelijk thans vrijwel algemeen erkend is, dat onderwijs tot deze zaken behoort, zoo zal de overtuiging allengs meer doordringen, dat het openbaar gezag inderdaad de individuen dwingen mag en moet, de instellingen te onderhouden, die als aanvulling, als vervolmaking van het onderwijs dienst doen.

Het veld winnen dezer meening houdt gelijken tred met de drie stadia, waarin op het oogenblik de zorg voor.het bibliotheekwezen van gemeentewege verkeert. Wij zien toch gemeenten zeiven reeds de zorg voor het plaatselijk bibliotheekwezen in het gemeentepolitiek program opnemen; wij zien het algemeen openbaar gezag, de staat, regelen stellen voor de wijze, waarop de oprichting zal geschieden en de onderhoudskosten bestreden zullen mogen worden; wij zien ten slotte den staat in imperatieve wetgevingen deze materie regelen.

384. Vrije gemeentelijke bibliotheken. Niet overal nog

zijn de gemeenten in het eerste stadium getreden. Waar gemeenten

zich de zorg voor het bibliotheekwezen vrijwillig en zonder uniforme regeling aantrokken, ontstonden slechts zelden bibliotheken, die wij met den naam Openbare Leesmusea kunnen aanduiden. W ij zien óf de oude en verouderde stadsbibliotheken, waarover in ander verband reeds meer gezegd is x), of ouderwetsclie volksbibliotheken onderhouden, waarvan Berlijn en Parijs de typen leveren.

Wanneer dan ook aangedrongen wordt op Openbare Leesmusea, van gemeentewege onderhouden, zoo wordt dikwijls gewezen op de uitgaven, die gemeenten zich alreeds getroosten voor haar

«stadsbibliotheken. 2)

Een duidelijk overzicht van hetgeen Duitsche steden vóórhaar stadsbibliotheken besteden, welke slechts een zéér beperkten kring van belangstellendenen belanghebbenden tellen, en de wanverhouding tot de geringe middelen, die zij beschikbaar stellen voor Openbare Leesmusea en volksbibliotheken, waarbij toch veel breeder lagen den bevolking geinteresseerd zijn, vindt men in een opstel van E. S c h u 11 z e. 3) De conclusie, welke men uit deze opgaven trekken kan is deze, dat gemeenten wel degelijk geld kunnen beschikJ)^ie § 44 seqq.

s) Zie b.v. E. Reyer, Die Entwicklung der Volksbibliotheken in Oesterreich.

In: BVL. 1900, S. 18. ~

3) E. Schultze, Ueber die Aufwenduugen der deutschen Grosstadte fiir ïhr Bibliothekwesen. In: CVE. 1901, S. 10. - Zie ook C. Lansberg, Private und knmmnnale Ooferwilliekeit im Volksbibliothekswesen. In: BVL. 1902, S. 3.

Sluiten